Proces-verbaal / Rapportage van aanhouding.
Origineel
Proces-verbaal / Rapportage van aanhouding. 29 september 1944. Aan den Heer Inspecteur
Marktwezen
Amsterdam.
Hedenochtend, Vrijdag 29 September 1944,
werd door Controleur Bekking en ondergetekende,
ter hoogte van de Centrale Markt, in de Jan van
Galenstraat, aangehouden:
JOHANNES . BLOOS.
geb: 7 Maart 1906 te Nieuwer-Amstel. Fabrieks-
Arbeider, wonende Elandsgracht 38 III
te Amsterdam-Centrum.
Deze persoon vervoerde op een handkar
9 mud aardappelen, waarvoor geen geldige
papieren aanwezig waren.
Op mijn vraag vanwaar en voor wien
of deze aardappelen bestemd waren, antwoordde
Bloos mij: "Ik heb deze aardappelen bij een mij
onbekende boer gekocht in de Sloterpolder
en f 10.- per mud voor betaald. Zij zijn voor
eigengebruik bestemd, met dien verstande dat
ze over 3 gezinnen verdeeld moeten worden.
Laat mij a.u.b. door, de C.C.D. heeft het ook gedaan."
Ik heb deze aardappelen laten deponeren
bij fa N. Greidanus. Pres. P. Centrale Markt.
(Linker marge: Gezien 3-10-44 [paraaf])
De Ambtenaren v/h Marktwezen
J.J.M. Bekking (handtekening)
C.L.J. Lak (handtekening) Het document is een ambtelijk verslag van de aanhouding van een burger, Johannes Bloos, die probeerde een aanzienlijke hoeveelheid aardappelen (9 mud, wat neerkomt op ongeveer 630 kilogram) de stad in te brengen. De toon is zakelijk en procedureel.
De verklaring van de verdachte is opvallend: hij voert aan dat de aardappelen bedoeld zijn voor eigen gebruik en de zorg voor drie gezinnen, en hij probeert de ambtenaren te overtuigen door te wijzen op een eerdere clementie van de C.C.D. (Crisis Controle Dienst). Desondanks wordt de lading in beslag genomen en opgeslagen bij een firma op het marktterrein. De prijs van f 10,- per mud die hij noemt, was in die tijd een aanzienlijk bedrag, maar nog relatief laag vergeleken met de woekerprijzen die later in de Hongerwinter zouden ontstaan. Dit document stamt uit september 1944, een cruciale periode in de Nederlandse geschiedenis. Na de geallieerde opmars in het zuiden en de gebeurtenissen rond Dolle Dinsdag (5 september 1944), raakte de voedselvoorziening in de grote steden in het westen van Nederland ernstig ontregeld. De Duitse bezetter stelde sancties in (waaronder een vaarverbod) als reactie op de spoorwegstaking.
Dit rapport illustreert het begin van de enorme voedseltekorten die zouden leiden tot de Hongerwinter van 1944-1945. Burgers waren gedwongen om op illegale wijze – buiten het officiële bonnensysteem om – aan voedsel te komen, vaak via "hongertochten" naar boeren in de omliggende polders (zoals de hier genoemde Sloterpolder). De ambtenaren van het Marktwezen en de C.C.D. hadden de taak om deze "zwarte" handel en het ongeoorloofd transport van schaarse levensmiddelen te controleren en te bestraffen. De Jan van Galenstraat, waar de Centrale Markthallen gevestigd waren, was een strategisch punt voor dergelijke controles.