Inspectierapport / proces-verbaal van controle op de visverkoop.
Origineel
Inspectierapport / proces-verbaal van controle op de visverkoop. Dienst der Inspecteurs Marktwezen
Op Vrijdag 2 Juni '44 heb ik aan de verkoop-
plaats Alb. Cuypstraat de invoeren van onderstaan-
de personen, door henzelve gecontroleerd.
M. Proost ontvangen 40 1/2 k G visch als:
Verkocht aan 10 personen = 36 1/2 k G
1 persoon = 1/2
eigen consumptie = 3 1/2
Samen 40 1/2 k G: accoord
Jac Keijzer ontvangen 75 kg schar
Verkocht aan klooster Keizersgracht 10 k G
63 personen 63 k G
eigen consumptie 2 k G
Samen 75 k G
De Keijzer is één ons meer dan een k. G. verkocht, zoodat
de aanvoer accoord is.
[In rood:] Geen geleidebiljet voor afgegeven nadat ik aan de dagstaat heb gehaakt.
[Rechtsonder:] contrôle 5-6-'44 [Paraaf] Dit document legt een inspectie vast door een ambtenaar van het Amsterdamse Marktwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De controleur verifieert of de binnengekomen hoeveelheid vis (de 'invoer') exact overeenstemt met de verkoop en het eigen verbruik van de handelaren.
- Rantsoenering: In 1944 was voedsel schaars en strikt gerantsoeneerd. Elke gram moest worden verantwoord om illegale handel op de zwarte markt te voorkomen. Bij Jac. Keijzer zien we dat 63 personen elk exact 1 kg schar ontvingen.
- Bijzondere leveringen: Opvallend is de post "klooster Keizersgracht", dat in één keer 10 kg vis ontving. Religieuze instellingen hadden vaak een zorgtaak voor zieken en soms onderduikers, waarvoor zij aparte toewijzingen konden krijgen.
- Administratieve afhandeling: De rode opmerking onderaan verklaart waarom er geen 'geleidebiljet' (een officieel vervoersbewijs voor goederen) aanwezig is: de inspecteur heeft de gegevens direct aan de 'dagstaat' (het dagelijkse register) toegevoegd ('gehaakt'). Het document dateert van 2 juni 1944, slechts vier dagen voor de geallieerde landing in Normandië (D-Day). Nederland bevond zich in een fase van extreme schaarste en onderdrukking. De Albert Cuypmarkt was een cruciaal punt voor de voedseldistributie in Amsterdam. Inspecteurs van het Marktwezen stonden onder grote druk om de naleving van de distributiewetten te handhaven, waarbij zelfs kleine afwijkingen (zoals de genoemde 'één ons meer') nauwkeurig genoteerd moesten worden om de administratie sluitend te krijgen. M. Proost Marktwezen
Samenvatting
Dit document legt een inspectie vast door een ambtenaar van het Amsterdamse Marktwezen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De controleur verifieert of de binnengekomen hoeveelheid vis (de 'invoer') exact overeenstemt met de verkoop en het eigen verbruik van de handelaren.
- Rantsoenering: In 1944 was voedsel schaars en strikt gerantsoeneerd. Elke gram moest worden verantwoord om illegale handel op de zwarte markt te voorkomen. Bij Jac. Keijzer zien we dat 63 personen elk exact 1 kg schar ontvingen.
- Bijzondere leveringen: Opvallend is de post "klooster Keizersgracht", dat in één keer 10 kg vis ontving. Religieuze instellingen hadden vaak een zorgtaak voor zieken en soms onderduikers, waarvoor zij aparte toewijzingen konden krijgen.
- Administratieve afhandeling: De rode opmerking onderaan verklaart waarom er geen 'geleidebiljet' (een officieel vervoersbewijs voor goederen) aanwezig is: de inspecteur heeft de gegevens direct aan de 'dagstaat' (het dagelijkse register) toegevoegd ('gehaakt').
Historische Context
Het document dateert van 2 juni 1944, slechts vier dagen voor de geallieerde landing in Normandië (D-Day). Nederland bevond zich in een fase van extreme schaarste en onderdrukking. De Albert Cuypmarkt was een cruciaal punt voor de voedseldistributie in Amsterdam. Inspecteurs van het Marktwezen stonden onder grote druk om de naleving van de distributiewetten te handhaven, waarbij zelfs kleine afwijkingen (zoals de genoemde 'één ons meer') nauwkeurig genoteerd moesten worden om de administratie sluitend te krijgen.