Handgeschreven verzoekschrift
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift 27 juli 1944 (27-7-'44) Waarschijnlijk een inwoner van de J.v. Galenstr. 14, Amsterdam-West (naam niet expliciet vermeld in ondertekening, maar adres wel in de kop). No. 20/34/5 M. 1944 29/4
Directie Marktwezen
J.v. Galenstr. 14
A'dam - W.
A'dam 27-7-'44
H.H.
Hiermede richt ik het beleefde verzoek tot U mij in de Gem. Visch Afslag een richttoewijzing te willen verleene.
Tot eind 1940 was ik haringventer, daarna heb ik hoofdzakelijk zuurwaren verkocht. Daar de handel in dit laatste artikel nu ook practisch opgehouden heeft, en ik een vrouw en 6 kinderen moet onderhouden, meen ik, daar ik voor 1940 ook veel gerookte visch verkocht heb en ook wel versche, wel voor een toewijzing in aanmerking te komen.
Gaarne bereid één en ander nog mondeling toe te lichten. In deze brief verzoekt een burger de Directie Marktwezen om een "toewijzing" op de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam. De schrijver probeert zijn verzoek te legitimeren door zijn werkverleden aan te tonen: vóór 1940 was hij haringventer en verkocht hij gerookte en verse vis. Na 1940 is hij overgestapt op de verkoop van "zuurwaren" (zoals augurken en uien), maar deze handel is in de zomer van 1944 nagenoeg stilgevallen.
De urgentie van het verzoek wordt onderstreept door de persoonlijke omstandigheden: de man heeft een gezin met een vrouw en zes kinderen te onderhouden. Hij hoopt door middel van een officiële toewijzing op de visafslag weer een bron van inkomsten te genereren. De brief is formeel en beleefd van toon ("H.H." voor Mijne Heren, "beleefde verzoek"). De datum van de brief, 27 juli 1944, is cruciaal. Nederland bevond zich in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog onder Duitse bezetting. Amsterdam kampte met enorme tekorten aan voedsel en brandstof. De handel was streng gereguleerd via distributiesystemen en centrale instanties zoals de Directie Marktwezen.
Zuurwaren, die vaak afhankelijk waren van azijn en specerijen (importproducten), werden steeds schaarser. Vis was een van de weinige eiwitbronnen die nog enigszins lokaal beschikbaar konden zijn, hoewel ook de visserij zwaar werd beperkt door de bezetter (bijv. door het verbod op uitvaren of vordering van schepen). Een "toewijzing" was in feite een vergunning of recht om goederen te mogen inkopen op de centrale markt om ze vervolgens door te verkopen. Zonder zo'n officiële status was legale handel vrijwel onmogelijk. Dit document toont de wanhoop van een gezinshoofd die in een instortende economie probeert te overleven. Slechts enkele maanden na deze brief zou de Hongerwinter (1944-1945) aanbreken, waarin de voedselsituatie in Amsterdam catastrofaal werd. H.H. Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoekt een burger de Directie Marktwezen om een "toewijzing" op de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam. De schrijver probeert zijn verzoek te legitimeren door zijn werkverleden aan te tonen: vóór 1940 was hij haringventer en verkocht hij gerookte en verse vis. Na 1940 is hij overgestapt op de verkoop van "zuurwaren" (zoals augurken en uien), maar deze handel is in de zomer van 1944 nagenoeg stilgevallen.
De urgentie van het verzoek wordt onderstreept door de persoonlijke omstandigheden: de man heeft een gezin met een vrouw en zes kinderen te onderhouden. Hij hoopt door middel van een officiële toewijzing op de visafslag weer een bron van inkomsten te genereren. De brief is formeel en beleefd van toon ("H.H." voor Mijne Heren, "beleefde verzoek").
Historische Context
De datum van de brief, 27 juli 1944, is cruciaal. Nederland bevond zich in de laatste fase van de Tweede Wereldoorlog onder Duitse bezetting. Amsterdam kampte met enorme tekorten aan voedsel en brandstof. De handel was streng gereguleerd via distributiesystemen en centrale instanties zoals de Directie Marktwezen.
Zuurwaren, die vaak afhankelijk waren van azijn en specerijen (importproducten), werden steeds schaarser. Vis was een van de weinige eiwitbronnen die nog enigszins lokaal beschikbaar konden zijn, hoewel ook de visserij zwaar werd beperkt door de bezetter (bijv. door het verbod op uitvaren of vordering van schepen). Een "toewijzing" was in feite een vergunning of recht om goederen te mogen inkopen op de centrale markt om ze vervolgens door te verkopen. Zonder zo'n officiële status was legale handel vrijwel onmogelijk. Dit document toont de wanhoop van een gezinshoofd die in een instortende economie probeert te overleven. Slechts enkele maanden na deze brief zou de Hongerwinter (1944-1945) aanbreken, waarin de voedselsituatie in Amsterdam catastrofaal werd.