Handgeschreven brief (klaagschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (klaagschrift). 5 juli 1944 (gebaseerd op de ambtelijke aantekening). "Gezamenlijke huisvrouwen van Amsterdam Zuid" (anoniem). "Mijnheer de directeur" (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor het Marktwezen). Het toch zeker in de bedoeling ligt om
door loten eerlijk ieder een kans te geven
gaat het toch niet op dat een kennis
of vriendin van marktmeester en politie
steeds voorrang geniet. Zou u Mijn-
heer de directeur nu niet door een dis-
creet onderzoek desnoods door een am-
tenaar in civiel een eind aan deze
misstand kunnen maken. Hopende dat
dit tot een goed einde door u word
gebracht verblijven wij in afwachting
gezamenlijke huisvrouwen
van Amsterdam Zuid
[Aantekeningen in rood potlood/inkt:]
Anoniem! Toch onderzoek!
Wie deed dienst op Albertmarkt?
Insp. Spruit [?]
5-7-’44
[Aantekening rechtsonder in blauw/zwart:]
Lekstr. De brief is een collectieve klacht over corruptie en vriendjespolitiek. De schrijfsters stellen dat het systeem van loting, dat bedoeld is voor een eerlijke verdeling van schaarse goederen, wordt ondermijnd. Marktmeesters en politieagenten zouden hun eigen kennissen en vriendinnen voortrekken.
De brief is strategisch opgesteld:
1. De oproep tot rechtvaardigheid: Er wordt geappelleerd aan het principe van gelijkheid ("ieder een kans").
2. Concrete oplossing: De vrouwen suggereren de inzet van een "ambtenaar in civiel" (een controleur in burgerkleding) om de misstanden onopvallend te kunnen constateren.
3. Ambtelijke opvolging: Uit de rode kanttekeningen blijkt dat de klacht serieus is genomen, ondanks de anonimiteit. De inspecteur vraagt direct na wie er dienst had op de "Albertmarkt" (de Albert Cuypmarkt in Amsterdam Zuid), wat aangeeft dat de klacht op die specifieke locatie betrekking heeft. Het document dateert van juli 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste aan voedsel en textiel enorm en was alles "op de bon". Lotingen werden vaak gebruikt voor de verdeling van extra goederen of buitenkansjes op de markt.
De frustratie onder huisvrouwen was groot; zij stonden urenlang in de rij en zagen van dichtbij hoe schaarse middelen door bevoorrechte personen "onder de toonbank" werden doorgesluisd. De brief is geschreven slechts enkele maanden voor de beruchte Hongerwinter, een periode waarin de corruptie en de strijd om voedsel nog grimmiger zouden worden. De vermelding "Lekstr." onderaan verwijst waarschijnlijk naar de Lekstraatmarkt of het nabijgelegen politiebureau in Amsterdam Zuid.