Zakelijke correspondentie (brief)
Origineel
Zakelijke correspondentie (brief) 4 augustus 1944 Otto van Leersum, Beëdigd Makelaar en Taxateur [Briefhoofd]
№ 20/54/a M. 1944.
Otto van Leersum
BEËEDIGD MAKELAAR EN TAXATEUR
TELEFOON: 32120
POSTREK. № 141
AMSTERDAM C. 4 Aug. 1944.
KANTOOR: ACHTERGRACHT 33
[Afbeelding van pand met tekst: KANTOOR ACHTERGR. 33]
[Adresblok]
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m . -
[Inhoud]
Mijne Heren,
Ik kom hiermede terug op mijn schrijven van 12 Juli betr. den heer P.A. van den Berg, Nw. Amstelstraat 11¹ alhier. Tot op heden mocht ik hieromtrent nog geen enkel antwoord van U ontvangen en teneinde den heer v.d. Berg bij te staan voor het verkrijgen van een standplaats zoudt U mij ten zeerste verplichten met Uw omgaand antwoord.-
In afwachting teken ik,
Hoogachtend,
[Handtekening: van Leersum]
[Handgeschreven annotaties]
* Rechtsboven: ni. Imp
* Links diagonaal: behandeld door Van Leersum 8/8 [of ss]
* Midden diagonaal: telef. behandeld en meegedeeld in onderzoek bij Politie
* Rechtsonder: vHD
* Rechtsonder: Rapp. wanneer bericht v. Pol.
* Helemaal rechtsonder: oud m. * Onderwerp: De brief is een rappel (herinnering) van makelaar Otto van Leersum aan de dienst Marktwezen. Hij verzoekt om uitsluitsel over een eerdere aanvraag voor een standplaats op de markt voor zijn cliënt, de heer P.A. van den Berg.
* Administratief proces: De handgeschreven aantekeningen onthullen de interne afhandeling bij de gemeente. Er is telefonisch contact geweest ("telef. behandeld") waarbij is meegedeeld dat de aanvraag op dat moment "in onderzoek bij Politie" was. De afspraak was om pas te rapporteren ("Rapp.") zodra er bericht van de politie binnenkwam.
* Locatie: Het adres van de aanvrager, Nieuwe Amstelstraat 11, lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. In augustus 1944 was deze buurt nagenoeg volledig ontruimd door deportaties.
* Toestand: Het document is goed leesbaar. De typografie is kenmerkend voor de jaren '40. Deze brief dateert van 4 augustus 1944, precies één maand voor 'Dolle Dinsdag'. Nederland bevond zich in de laatste, grimmige fase van de Duitse bezetting. Dat een aanvraag voor een eenvoudige marktstandplaats "in onderzoek bij de Politie" was, was in die tijd niet ongewoon. Tijdens de bezetting voerde de (markt)politie strenge controles uit op de identiteit, politieke achtergrond en eventuele 'Arische' afkomst van handelaren.
De betrokkenheid van een beëdigd makelaar als tussenpersoon duidt erop dat dergelijke administratieve trajecten complex waren en dat men hoopte via een officiële weg meer gewicht aan de aanvraag te geven. De Jan van Galenstraat, waar de geadresseerde was gevestigd, was (en is) de locatie van de Centrale Markthallen in Amsterdam.