Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift H. v. Iperen Onbekend (vermoedelijk een gemeentelijke instantie of marktmeester) (Pagina links)
heeft gehad in Frankrijk met mijn
hand en daar ik 11 kinderen
heeft kon ik hier blijven en
toen ben ik in de fruit gegaan
maar ik heb alle middelen te
baat genomen die me tenbeste
stonden kon ik geen erkenning krijgen
voor groente en fruit en toen
zeien de Heeren uit den Haag
u moet maar in u ouder
beroep terug gaan en dat is
in de visch dus M. H. ik zou
gaarne me toewijzing van u
willen hebben, daar ik gaarne
weer op de visch markt kan
komen en daar kunt u me
aan helpen M. H.
M. H. u moet begrijpen dat het
me tweede vrouw is en daar
ik er zelf 5 kinderen van heeft
en van haar 6 en 2 in Duitschland
en hier bij stuur ik u dezen
(Pagina rechts)
brief hier in van de Wethouder
en ik hoop dat ik hem van
u weer retour krijgt want
ik kon hem wel weer noodig
hebben
M. H. ik hoop dat ik van
uwe vriendelijke mede werking
krijgt dan kan ik weer in
mijn beroep vedder gaan
en u M. H. heeft een goede daad
verricht en daar zult u altijd
voor beloond worden en ik doe
u hier bij de vriendelijke groeten
met mijn gezin en ik hoop
dat u me een spoedige bericht
van uwe Edele krijgt
Teken ik
H. v. Iperen
Van Olden barneveltstraat
70 hs (West)
Adam
(Archiefaantekeningen linksonder in blauw potlood en inkt)
oproep 17-5-44
[onleesbaar]
p 24/5 * Handschrift: Het betreft een vlot, hellend cursief handschrift, geschreven met een vulpen in bruine/rode inkt. De letters zijn over het algemeen goed gevormd, hoewel de 'r' en 'n' soms op elkaar lijken en lussen soms in de bovenliggende regel grijpen.
* Taalgebruik: De schrijver hanteert een formele, haast onderdanige toon ("M. H." voor Mijnheer, "uwe Edele", "goede daad verricht"). De tekst bevat diverse grammaticale en spellingfouten die kenmerkend zijn voor een fonetische schrijfwijze door iemand met een beperkte schoolopleiding (bijv. "zeien" i.p.v. "zeiden", "u" i.p.v. "uw", "vedder" i.p.v. "verder", en inconsequent gebruik van d/t).
* Inhoud: De afzender vraagt om een officiële vergunning ("toewijzing") om zijn oude beroep als visboer op de markt weer op te pakken. Hij motiveert dit door te wijzen op een eerdere mislukte poging in de fruithandel en zijn precaire gezinssituatie met 11 kinderen. Hij heeft een aanbevelingsbrief van een wethouder bijgevoegd. De brief is geschreven in mei 1944, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De vermelding dat er "2 [kinderen] in Duitschland" zijn, duidt zeer waarschijnlijk op de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling). De schrijver probeert via de officiële weg een staanplaats op de vismarkt te bemachtigen, wat in die tijd van schaarste en distributie streng gereguleerd was. Het feit dat hij vanwege zijn 11 kinderen "hier kon blijven" suggereert dat hij mogelijk vrijgesteld was van uitzending naar Duitsland vanwege zijn grote gezin. De afkorting "Adam" voor Amsterdam en de locatie in Amsterdam-West (Van Oldenbarneveltstraat) plaatsen het verzoek in een stedelijke context waar de markthandel een vitale bron van inkomsten en voedselvoorziening was.