Handgeschreven ambtelijke of zakelijke notitie op los blad.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke of zakelijke notitie op los blad. 8 augustus 1944 (in de tekst wordt verwezen naar een verklaring afgelegd op zaterdag 5 augustus 1944). (Deshaies en mij)
G v d Hart heeft ons op Zaterdag 5 Aug jl.
verklaard, dat W Ploeg een regelmatige
afnemer van hem was, die evenveel
betrok als de gemiddelde straatventer.
De straatventers staan in de verdeel-
lijst voor 1 ton, zoodat voor
W Ploeg niet kan worden verhoogd.
Eerst noch kan hij eigen beslissing
W. b. U. niet wijzigen.
JvD [paraaf]
8/8 44 De notitie is een verslag van een verificatiegesprek. De opsteller (J.v.D.) heeft samen met ene Deshaies gesproken met G. v.d. Hart over de zakelijke status van W. Ploeg. Hoewel V.d. Hart bevestigt dat Ploeg een reguliere klant is met een omzet die vergelijkbaar is met die van een straatventer, vormt dit juist de reden voor een afwijzing van verhoging. Omdat straatventers volgens de officiële verdeellijst zijn vastgezet op een maximum van 1 ton, kan Ploeg geen aanspraak maken op meer. De tekst eindigt met de constatering dat een eerdere beslissing (mogelijk van een instantie aangeduid als 'W. b. U.') op dit moment niet herzien kan worden. De gehanteerde spelling is de vooroorlogse spelling-De Vries en Te Winkel (bijv. "zoodat"). Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In augustus 1944 was het distributiestelsel van vitaal belang vanwege de enorme schaarste aan goederen (waarschijnlijk brandstof of levensmiddelen, gezien de maatvoering in "tonnen"). Elke toewijzing werd streng gecontroleerd door distributieambtenaren om fraude of onterechte bevoordeling te voorkomen. De datum, 8 augustus 1944, valt in de periode vlak voor de bevrijding van Zuid-Nederland en de daaropvolgende spoorwegstaking, een tijd waarin de bureaucratische controle op middelen nog zeer strikt werd gehandhaafd ondanks de naderende frontlinie. G. v.d. Hart W. Ploeg
Samenvatting
De notitie is een verslag van een verificatiegesprek. De opsteller (J.v.D.) heeft samen met ene Deshaies gesproken met G. v.d. Hart over de zakelijke status van W. Ploeg. Hoewel V.d. Hart bevestigt dat Ploeg een reguliere klant is met een omzet die vergelijkbaar is met die van een straatventer, vormt dit juist de reden voor een afwijzing van verhoging. Omdat straatventers volgens de officiële verdeellijst zijn vastgezet op een maximum van 1 ton, kan Ploeg geen aanspraak maken op meer. De tekst eindigt met de constatering dat een eerdere beslissing (mogelijk van een instantie aangeduid als 'W. b. U.') op dit moment niet herzien kan worden. De gehanteerde spelling is de vooroorlogse spelling-De Vries en Te Winkel (bijv. "zoodat").
Historische Context
Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In augustus 1944 was het distributiestelsel van vitaal belang vanwege de enorme schaarste aan goederen (waarschijnlijk brandstof of levensmiddelen, gezien de maatvoering in "tonnen"). Elke toewijzing werd streng gecontroleerd door distributieambtenaren om fraude of onterechte bevoordeling te voorkomen. De datum, 8 augustus 1944, valt in de periode vlak voor de bevrijding van Zuid-Nederland en de daaropvolgende spoorwegstaking, een tijd waarin de bureaucratische controle op middelen nog zeer strikt werd gehandhaafd ondanks de naderende frontlinie.