Archiefdocument
Origineel
26 mei 1944 Afschrift. m. den | Supp. B 00262
26 Mei 1944.
E Rummenie
Hilversum
no 906
M. G. Gooijer
Huizen Lindenlaan 37
Klein handelaar in visch.
verkoop buiten de standplaats
Oph. 1001
st plaats Waterlooplein
Bovenvermelde Gooijer is klein handelaar
vischventer, die te Amsterdam vent en daar
uit dien hoofde een toewijzing heeft bij de
Gemeente Amsterdam.
Daar hij in de basis jaren geregeld visch
te Huizen ontving van de fa Koster te
IJmuiden, heeft hij ook daar eene toewijzing
van 1 1/2 %. Den zeevisch (in mei bijvoorv. het
kwantum o.a. 400 kg) ontvangt hij te Huizen
waar hij de visch verkoopt aan andere venters
voor kleinhandels prijs!!
Den visch komt niet op de standplaatsen terecht,
doch verdwijnt in de zwarte handel.
Aangezien Gooijer geen standplaats in het Gooi
kreeg aangewezen, heb ik hem aangezegd, tot
nadere beslissing van het Bedrijfschap, al den
visch aan het Gemeentehuis te Huizen aan te
melden, zoodat een bron van zwarte handel
gedempt is.
De Controleur ECD
w.g. E Rummenie. Het document is een ambtelijk verslag waarin een visboer, M. G. Gooijer uit Huizen, wordt beschuldigd van handel op de zwarte markt.
Gooijer had een officiële vergunning en een toegewezen standplaats op het Waterlooplein in Amsterdam. Vanwege zijn historische handelsvolume ("basis jaren") ontving hij ook een aanzienlijke hoeveelheid vis (1,5% van de aanvoer, ongeveer 400 kg in mei) via de firma Koster in IJmuiden, die hij in Huizen in ontvangst nam.
In plaats van deze vis op zijn officiële standplaats in Amsterdam te verkopen, verkocht hij de partijen in Huizen aan andere vishandelaren tegen de consumentenprijs ("kleinhandels prijs"). Hierdoor kwam de vis niet via de officiële distributiekanalen bij de burgers terecht, maar verdween deze in het illegale circuit (de zwarte handel).
De controleur van de Economische Controledienst (ECD), E. Rummenie, heeft Gooijer gesommeerd al zijn vis voortaan aan te melden bij het gemeentehuis in Huizen om deze vorm van zwarte handel te blokkeren ("gedempt"), in afwachting van een definitief besluit van het Bedrijfschap. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was er een grote schaarste aan voedsel. De distributie werd streng gereguleerd via een bonnensysteem. De Economische Controledienst (ECD) was belast met het toezicht op de naleving van deze regels en het bestrijden van de zwarte handel.
Zwarte handel was echter wijdverspreid, omdat handelaren buiten de officiële prijzen en quota om veel hogere winsten konden maken. Dit document illustreert hoe handelaars mazen in de wet of historische toewijzingen gebruikten om goederen aan de officiële distributie te onttrekken. De toon van het document, met name de dubbele uitroeptekens bij de verkoopprijs, verraadt de verontwaardiging van de controleur over de woekerwinsten die ten koste gingen van de voedselvoorziening.