Handgeschreven brief
Origineel
Handgeschreven brief 25 juli 1944 C. Jongkind, visvoerhandelaar te Amstelveen Onbekend (geadresseerd als "Weledele Heren", vermoedelijk een distributie-instantie of centrale) № 46 6/110/1 M.1944 1/2
Amstelveen 25 Juli 1944.
Weledele Heren: naar aanleiding van het feit dat ik steeds meer gekocht heb aan Ruiterkade Amsterdam, bij diverse Jodenhandelaren, heb ik slechts een geringe toewijzing van zowat van IJmuiden, hoewel ik al dikwijls bij de Centrale hier over gesproken heb is alles zonder resultaat gebleven. Nu kreeg ik op een brief van Vaktrust om bij u een verzoek in te dienen om zee en ijselmeervis te bestellen van Amsterdam, maar dit is voor ons erg bezwaarlijk, omdat wij vroeger per auto of motor naar Amsterdam kwamen en het nu per bakfiets zouden moeten doen, dat is bij ons vandaan minstens 3 uur trappen heen en 3 uur terug, dus dat is erg moeilijk zoolang wij niet met motor mogen rijden. Zou het nu niet mogelijk zijn om ons zoo af en toe een mandje door te leveren per spoor naar Amstelveen, dat is toch wel de oplossing want de afstand is voor ons veel te groot. Gaarne een goedgunstig antwoord van u verwachtend
teken ik
C. Jongkind
Vischhandelaar
Dorp 2. De brief is geschreven door een visboer uit Amstelveen tijdens de late oorlogsjaren (juli 1944). De schrijver beklaagt zich over de moeizame aanvoer van vis. Hij geeft aan dat hij voorheen zaken deed met "Jodenhandelaren" aan de Ruiterkade in Amsterdam, maar dat hij nu afhankelijk is van een kleine toewijzing uit IJmuiden.
Het kernprobleem is logistiek: door de oorlogsomstandigheden (vordering van voertuigen of gebrek aan brandstof) mag hij niet meer met de auto of motor rijden. De rit naar Amsterdam met een bakfiets duurt drie uur heen en drie uur terug ("3 uur trappen"), wat voor de dagelijkse handel ondoenlijk is. Hij verzoekt daarom om de vis per trein ("per spoor") naar Amstelveen te sturen. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1944 was de schaarste aan transportmiddelen en brandstof nijpend.
Opmerkelijk is de zakelijke vermelding van de "Jodenhandelaren". Tegen juli 1944 was het overgrote deel van de Joodse bevolking uit Amsterdam weggevoerd. De schrijver refereert hier vermoedelijk aan de oude situatie van vóór de deportaties of aan de handelspunten die na de "arisering" van Joodse bedrijven waren overgenomen of stilgevallen, wat zijn bevoorradingsproblemen deels verklaart. De "Centrale" waar hij naar verwijst, is de Rijksdienst voor de Visserij of een vergelijkbaar distributie-orgaan dat de voedselvoorziening in goede banen moest leiden onder toezicht van de bezetter. C. Jongkind
Samenvatting
De brief is geschreven door een visboer uit Amstelveen tijdens de late oorlogsjaren (juli 1944). De schrijver beklaagt zich over de moeizame aanvoer van vis. Hij geeft aan dat hij voorheen zaken deed met "Jodenhandelaren" aan de Ruiterkade in Amsterdam, maar dat hij nu afhankelijk is van een kleine toewijzing uit IJmuiden.
Het kernprobleem is logistiek: door de oorlogsomstandigheden (vordering van voertuigen of gebrek aan brandstof) mag hij niet meer met de auto of motor rijden. De rit naar Amsterdam met een bakfiets duurt drie uur heen en drie uur terug ("3 uur trappen"), wat voor de dagelijkse handel ondoenlijk is. Hij verzoekt daarom om de vis per trein ("per spoor") naar Amstelveen te sturen.
Historische Context
Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In 1944 was de schaarste aan transportmiddelen en brandstof nijpend.
Opmerkelijk is de zakelijke vermelding van de "Jodenhandelaren". Tegen juli 1944 was het overgrote deel van de Joodse bevolking uit Amsterdam weggevoerd. De schrijver refereert hier vermoedelijk aan de oude situatie van vóór de deportaties of aan de handelspunten die na de "arisering" van Joodse bedrijven waren overgenomen of stilgevallen, wat zijn bevoorradingsproblemen deels verklaart. De "Centrale" waar hij naar verwijst, is de Rijksdienst voor de Visserij of een vergelijkbaar distributie-orgaan dat de voedselvoorziening in goede banen moest leiden onder toezicht van de bezetter.