Officiële kennisgeving/besluit van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Officiële kennisgeving/besluit van de Gemeente Amsterdam. 21 februari 1944. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). [Handgeschreven rechtsboven:] Markth. [paraf/handtekening]
[Getypt:]
H.F. Brandenburgh, Distelweg 29 hs
J.J. Brandenburgh, Polanenstr. 43 IIIa
Th.A. Brandenburgh, Sleutelbloemstr. 23 b
[Stempel links:] № 46ᶜ/2/1 [Stempel midden:] M.184
[Handgeschreven:] 23/2 gend. bij
[Getypt:] L.M. 53/2 -1944-
21 Februari 1944.
Uitsluiting van de vischverdeeling.
Ik deel U mede te hebben besloten, U voor den tijd van vier maanden, gerekend te zijn ingegaan 25 Januari j.l., derhalve eindigende 24 Mei 1944, van de verdeeling van visch aan den afslag alhier uit te sluiten, aangezien U op 13 Januari 1944:
a. het publiek op de U aangewezen verkoopplaats onnoodig lang hebt laten wachten, doordat U, in stede van direct van den vischafslag naar Uw verkoopplaats te gaan, U geruimen tijd onderweg hebt opgehouden met het sorteeren van de visch;
b. 13 kg visch te weinig op Uw verkoopplaats hebt aangevoerd.
VM
De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN Dit document betreft een administratieve sanctie opgelegd aan drie visvissers of visverkopers (waarschijnlijk broers of familieleden) in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De straf is een uitsluiting van vier maanden van de centrale visverdeling.
De redenen voor de straf zijn typerend voor de distributieproblematiek in oorlogstijd:
1. Inefficiëntie/Hinder: Door onderweg te sorteren in plaats van direct naar de verkoopplaats te gaan, werd de distributie vertraagd, wat leidde tot langere wachtrijen voor de bevolking.
2. Verduistering/Zwarte Handel: Het feit dat er 13 kg vis "te weinig" is aangevoerd, wijst op een tekort dat niet verantwoord kon worden. In deze periode was dit een ernstig vergrijp, omdat het vaak impliceerde dat goederen via de zwarte markt waren weggeleisd.
De brief is ondertekend door de toenmalige burgemeester Edward John Voûte, die tijdens de bezetting door de Duitsers was aangesteld. In 1944 was de voedselsituatie in bezet Nederland zeer precair. De distributie van schaarse goederen zoals vis stond onder streng toezicht van de gemeente en de bezetter. De "Centrale Markthallen" en de "Vischafslag" waren de knooppunten van waaruit voedsel over de stad werd verdeeld.
Controleurs hielden scherp toezicht op de hoeveelheden die werden ingekocht en daadwerkelijk op de aangewezen verkooppunten (vaak straatmarkten of specifieke locaties zoals in Amsterdam-Noord en West) aankwamen. Sancties zoals uitsluiting van de handel waren zwaar, omdat de getroffenen daarmee hun bron van inkomsten en hun toegang tot legale handelswaar voor langere tijd verloren. De term "L.M." in het kenmerk staat zeer waarschijnlijk voor de afdeling Levensmiddelen.