Ambtsbericht / Rapport van de Dienst van het Marktwezen.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport van de Dienst van het Marktwezen. [Rechtsboven, handgeschreven:] 999
[Midden boven, handgeschreven:] h.Vrf - 85 370 opb [?]
[Linksboven, diagonaal handgeschreven:] Inspecteur / ter bespreking / met C.C.D.
[Rechtsboven, diagonaal handgeschreven:] voor verhoor / en verbaal / S [monogram]
DIENST VAN HET MARKTWEZEN
te
A M S T E R D A M
R A P P O R T
Naar aanleiding van bijgaand rapport no. 46c/9/1 M 1944 5/4, opgemaakt door den marktmeester C. Blom, waarin wordt ge- rapporteerd, dat de vischventer Tuyn, spiering aan het publiek heeft verkocht tegen den prijs van F. 1,20 per k.g., heb ik, J. H. de Grebber, Ambtenaar bij het Marktwezen, na daartoe be- komen opdracht, een nader onderzoek ingesteld.
[Midden links, in rode inkt:] Insp. / [paraaf]
Op 8 April 1944 hoorde ik J. G. Tuyn, geboren te Durger- dam, 6 Maart 1910 en wonende te Durgerdam, B. 9. Nadat ik hem voorzoover noodig met een en ander in kennis had gesteld, ver- klaarde hij mij het volgende; "Op Vrijdag, 31 Maart j.l. heb ik Klaas Duinkerken, wonende te Durgerdam, geholpen bij het ver- koopen van spiering. Op het Zeanenplein alhier, hebben wij inder- daad spiering verkocht. Ik heb afgewogen en Duinkerken heeft het geld in ontvangst genomen. De prijs, die hij voor die spiering rekende, was mij onbekend. Bedoelde spiering was eigendom van Klaas Duinkerken en deze heeft geen toewijzing van den Gem. Vischafslag Amsterdam. De spiering had hij z.g. zwart ingekocht. Meer kan ik U in deze niet verklaren."
[Linksonder, handgeschreven in cursief:]
Hr. Visser
na de C.C.D.
zal onderzoek
doen instellen
16-5-44
de Boer
Ik, rapporteur, voeg hier aan nog toe, dat mij uit de Ad- ministratie van den Gem. Vischafslag is gebleken, dat op 31 Maart 1944 aan J. G. Tuyn, geen spiering is toegewezen. Op 1 April '44 heeft hij 100 k.g. spiering ontvangen.
Waarvan dit rapport te Amsterdam op 11 April 1944.
Aan den Heer Directeur [Getekend:] J.H. de Grebber
van het Marktwezen De Ambtenaar voornoemd, Dit rapport documenteert een kleinschalige economische overtreding tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de verkoop van spiering op 31 maart 1944 op het Zeanenplein (waarschijnlijk wordt het Zaanenplein bedoeld) tegen een prijs van 1,20 gulden per kilo.
De overtreding is tweeledig:
1. De vis was "zwart" ingekocht, buiten de officiële kanalen van de Gemeentelijke Vischafslag om.
2. Er was geen officiële toewijzing voor de verkoop op die specifieke datum.
Uit de administratieve controle blijkt dat de verdachte, J.G. Tuyn, pas een dag later (1 april) een legale partij van 100 kg spiering ontving. De verklaring van Tuyn schuift de verantwoordelijkheid grotendeels door naar Klaas Duinkerken, die de eigenaar van de vis zou zijn geweest. De handgeschreven kanttekeningen tonen de ambtelijke weg: het dossier wordt doorgezet naar de Inspecteur en de Crisis Controle Dienst (C.C.D.) voor verder verhoor en proces-verbaal. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Nederlandse economie strikt gereguleerd door de bezetter om schaarste te beheersen en de Duitse oorlogsmachine te bevoorraden. Producten waren alleen op de bon of via officiële toewijzingen verkrijgbaar tegen vastgestelde maximumprijzen.
De Dienst van het Marktwezen hield toezicht op de handel op de Amsterdamse markten. De Crisis Controle Dienst (C.C.D.), die in de kanttekeningen wordt genoemd, was de instantie die specifiek belast was met het opsporen van zwarte handel en prijsopdrijving.
Hoewel het hier om een relatief kleine hoeveelheid vis gaat, was de controle in 1944 (het jaar van de naderende Hongerwinter) extreem streng. Voor vissersplaatsen zoals Durgerdam was de verleiding groot om buiten de afslag om direct aan het publiek te verkopen voor hogere prijzen dan de vastgestelde tarieven. Dit document is een typerend voorbeeld van de dagelijkse repressie en de bureaucratische controle op de voedselvoorziening in bezet gebied.