Getypt proces-verbaal / ambtelijk rapport.
Origineel
Getypt proces-verbaal / ambtelijk rapport. R A P P O R T .
Naar aanleiding van een rapport No 46 c/ 15/ 1 M 1944 is door mij rapporteur een nader onderzoek ingesteld.
Uit het onderzoek is mij het volgende gebleken:
Op Zaterdag 13 Mei 1944 is door twee ambtenaren van Politie(afd Ecenomische dienst) genaamd P de Lange en H.J.Kiers een partij schol (soort 2) welke bij een karrenverhuurder,recht tegenover de vischafslag aan de de Ruyterkade te Amsterdam inbeslag genomen.
Deze visch bevond zich in drie kisten en één mand en behoorde,wat later is gebleken van de kleinhandelaar P.Schilder uit Volendam.
Deze visch was bestemd om op de dagmarkt de Ten Katestraat aan het publiek te worden verkocht.De ambtenaren verklaarde als volgt:
"Wij waren met controle belast op de naleving van het 17e uitvoeringsbesluit van het visscherijbesluit 1941.
Bij een karrenverhuurder tegenover de vischhal aan de de Ruyterkade troffen wij een partij visch aan,bestaande uit drie kisten en één mand.Niemand wist van wien deze visch was.Wij hebben nog eenigen tijd staan wachten en toen er niemand kwam om de visch te halen hebben wij ze inbeslag genomen en oplast van onze chef later afgeleverd aan het Juliana van Stolberg ziekenhuis alhier. In totaal is er 73½ Kilogram schol aan voornoemde inrichting afgeleverd.
Later is ons gebleken dat deze visch (schol2) hoorde van de vischhandelaar P.Schilder uit Volendam.Wij hebben een proces verbaal tegen Schilder opgemaakt (overtreding artikel 5-6. van het 17e uitvoeringsbesluit van het visscherijbesluit 1941".
Daarna hoorde ik de ambtenaren van het Marktwezen C.G. de Vries en Kuiper,deze verklaarde als volgt:"Wij waren belast met controle op de hulpmarkt het Surinameplein te Amsterdam W.Het eerst verscheer de kleinhandelaar C.Schilder,(zoon van P.Schilder )met zijn visch.
Volgens de gegevens was zijn toewijzing in orde,40 kg schol en 40 kg wijting.Schilder vroeg ons het eerst geholpen te mogen worden omdat hij de visch van zijn Vader (P.Schilder) welke hij,bij de karrenverhuurder op de de Ruyterkade had neergezet,voor hem moest halen en naar de dagmarkt de ten Katestraat moest brengen."
Daarna hoorde ik rapporteur de Marktopzichter den Heer Wolf,deze verklaarde als volgt:"Op Zaterdag 13 Mei 1944 kwam de mij bekende kleinhandelaar in visch,P.Schilder naar mij toe,en deelde mij mede, dat zijn toewijzing visch(100 Kg schol 2)later zou komen,omdat hij zelf niet met een kar of driewieler mag rijden.Zooals mij bekend is heeft Schilder kort geleden een nierbloeding gehad en nu zou zijn zoon nadat hij zijn visch op het Surinameplein had afgeleverd de visch voor zijn vader in de ten Katestraat bezorgen.Toen de visch niet verscheen,vroeg ik aan Schilder waar de visch bleef, en deelde hij mij later mede,dat hij vernomen had,dat de visch door twee ambtenaren van de Ecenomische dienst inbeslag genomen waren."
Daarna hoorde ik rapporteur,de kleinhandelaar in visch,genaamd C Schilder,hij verklaarde als volgt:" Op Zaterdag 13 Mei 1944 had ik,zoowel mijn Vader ieder een toewijzing voor visch.Aangezien ik met mijn visch naar het Surinameplein moest,en de visch van mijn vader naar de Ten Katerstraat,heb ik eerst de visch van mijn vader zoolang bij de karrenverhuurder neergezet,en ben daarna met mijn toewijzing maar het Surinameplein gegaan.Ik kon onmogelijk alles tegelijk op mijn driewieler mede nemen.Toen ik later bij de karrenverhuurder kwam,om de visch van mijn vader te halen,vernam ik,dat deze visch door twee ambtenaren van de Ecenomische dienst inbeslag genomen was.Ik heb hier onverwijld mijn vader in kennis gesteld en deze heeft het aan den Heer Wolf medegedeeld." Dit document schetst een misverstand tijdens de visdistributie in het bezette Amsterdam van 1944. De kern van de zaak is de inbeslagname van 73,5 kg schol door de Economische Dienst.
- De Inbeslagname: Agenten De Lange en Kiers vonden onbeheerde vis bij een karrenverhuurder aan de De Ruyterkade. Omdat er niemand bij de vis was om de rechtmatige herkomst aan te tonen, werd dit gezien als een mogelijke overtreding van het Visserijbesluit 1941 (waarschijnlijk verdenking van zwarte handel of illegale opslag). De vis werd direct geconfisqueerd en geschonken aan het Juliana van Stolbergziekenhuis.
- De Verdediging: Uit de verklaringen van de familie Schilder (vader P. Schilder en zoon C. Schilder) en marktmeesters blijkt een logistieke reden. De zoon moest twee toewijzingen vervoeren op één driewieler naar twee verschillende markten (Surinameplein en Ten Katestraat). Vanwege de fysieke gesteldheid van de vader (nierbloeding) kon hij niet zelf rijden. De zoon liet de vracht van zijn vader tijdelijk achter om eerst zijn eigen vracht weg te brengen.
- Taalgebruik: Het rapport bevat enkele typerende spelfouten, zoals "Ecenomische" in plaats van Economische en "verscheer" in plaats van verscheen, wat duidt op een haastig getypt of minder zorgvuldig nagekeken ambtelijk stuk. Het document dateert uit mei 1944, een periode van extreme schaarste in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
- Distributiesysteem: Voedsel was strikt gerantsoeneerd. Handelaren hadden een officiële "toewijzing" nodig om vis te mogen verkopen. Elke afwijking van de regels werd door de Economische Dienst streng gecontroleerd om de zwarte markt te bestrijden.
- De Economische Dienst: Deze afdeling van de politie was tijdens de bezetting belast met de controle op prijzen en distributie. Ze stonden bekend om hun strikte (en soms gevreesde) optreden.
- Visserijbesluit 1941: Dit was een door de bezetter ingevoerde regeling om de volledige controle over de visvangst en -handel te krijgen, waarbij een groot deel van de vangst vaak naar Duitsland ging of voor de centrale distributie bestemd was.
- Sociale aspecten: Het incident toont de dagelijkse overlevingsstrijd van kleine ondernemers (visboeren uit Volendam) die met gebrekkige middelen (een driewieler) en onder streng toezicht hun werk probeerden te doen. Het feit dat de inbeslaggenomen vis naar een ziekenhuis ging, was een gebruikelijke bestemming voor bederfelijke waar die geconfisqueerd was.