Handgeschreven rapport/dienstbrief.
Origineel
Handgeschreven rapport/dienstbrief. 20 juni 1944. W. Miering (waarschijnlijk een marktmeester of toezichthouder). Inspecteur Marktwezen, Amsterdam. [Links boven, met potlood/andere pen:]
Smchr.
= Dir /
Inspecteur
marktwezen
A’dam
[Rechts boven:]
markt Pretoriusplein
[Hoofdtekst:]
Heden middag 20 juni
moest J.P.K. Schoor met spiering aan
de markt komen toen hij om 6.15
nog niet was gekomen heb ik het
publiek maar weg gestuurd wat niet
makkelijk ging, daar waren menschen
bij die reeds om 2.30 zich hadden opgesteld
en gaven te kennen dat zij zich zouden
beklagen
20 Juni ’44
W. Miering. Dit korte rapport schestst een incident op de markt aan het Pretoriusplein in Amsterdam. Een vishandelaar genaamd J.P.K. Schoor was die middag ingepland om spiering (een kleine vissoort) te verkopen. Toen hij om kwart over zes 's avonds nog niet was gearriveerd, besloot de dienstdoende ambtenaar (W. Miering) de menigte naar huis te sturen.
De tekst weerspiegelt de grote spanningen rondom de voedselvoorziening in de stad. Mensen stonden al vanaf half drie 's middags (bijna vier uur lang) in de rij voor een beetje vis. Het feit dat de ambtenaar expliciet meldt dat het wegsturen "niet makkelijk ging" en dat mensen dreigden met klachten, duidt op een opgewonden en gefrustreerde sfeer onder de Amsterdamse bevolking, die kampte met chronische tekorten. Het document dateert van 20 juni 1944, twee weken na D-Day. Nederland bevindt zich in de slotfase van de Tweede Wereldoorlog onder Duitse bezetting. De voedseldistributie was in deze periode uiterst precair; lange rijen bij marktkramen waren een dagelijks verschijnsel.
Het Pretoriusplein ligt in de Transvaalbuurt. Deze buurt was voorheen grotendeels Joods, maar door de deportaties was de demografische samenstelling tegen 1944 drastisch veranderd. De schaarste aan basisbehoeften zoals vis (vaak spiering of mosselen, die nog relatief beschikbaar waren) leidde regelmatig tot kleine opstootjes en grote onvrede, wat de marktmeesters dwong om dergelijke voorvallen nauwgezet te rapporteren aan de inspecteur van het marktwezen. Enkele maanden na dit schrijven zou de beruchte Hongerwinter beginnen, waarin de situatie nog vele malen grimmiger zou worden.
Samenvatting
Dit korte rapport schestst een incident op de markt aan het Pretoriusplein in Amsterdam. Een vishandelaar genaamd J.P.K. Schoor was die middag ingepland om spiering (een kleine vissoort) te verkopen. Toen hij om kwart over zes 's avonds nog niet was gearriveerd, besloot de dienstdoende ambtenaar (W. Miering) de menigte naar huis te sturen.
De tekst weerspiegelt de grote spanningen rondom de voedselvoorziening in de stad. Mensen stonden al vanaf half drie 's middags (bijna vier uur lang) in de rij voor een beetje vis. Het feit dat de ambtenaar expliciet meldt dat het wegsturen "niet makkelijk ging" en dat mensen dreigden met klachten, duidt op een opgewonden en gefrustreerde sfeer onder de Amsterdamse bevolking, die kampte met chronische tekorten.
Historische Context
Het document dateert van 20 juni 1944, twee weken na D-Day. Nederland bevindt zich in de slotfase van de Tweede Wereldoorlog onder Duitse bezetting. De voedseldistributie was in deze periode uiterst precair; lange rijen bij marktkramen waren een dagelijks verschijnsel.
Het Pretoriusplein ligt in de Transvaalbuurt. Deze buurt was voorheen grotendeels Joods, maar door de deportaties was de demografische samenstelling tegen 1944 drastisch veranderd. De schaarste aan basisbehoeften zoals vis (vaak spiering of mosselen, die nog relatief beschikbaar waren) leidde regelmatig tot kleine opstootjes en grote onvrede, wat de marktmeesters dwong om dergelijke voorvallen nauwgezet te rapporteren aan de inspecteur van het marktwezen. Enkele maanden na dit schrijven zou de beruchte Hongerwinter beginnen, waarin de situatie nog vele malen grimmiger zou worden.