Dienstbrief (getypt)
Origineel
Dienstbrief (getypt) 18 september 1944 De Directeur (vermoedelijk van een plaatselijke distributiedienst of keuringsdienst in Amsterdam) Den Heer Directeur van het Bedrijfschap voor Visscherijproducten, 's-Gravenhage [Links boven:]
46c/29/2M.
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 18/9
[Rechts boven:]
18 September 1944. SV.
[Links onder kenmerk:]
uitsluiting
verdeeling.
[Adresseringsblok:]
Den Heer Directeur
van het Bedrijfschap
voor Visscherijproducten,
2e Adelheidstraat 300,
's-G r a v e n h a g e.
[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U te
doen toekomen een door een ambtenaar van
mijn dienst opgemaakt proces-verbaal contra
den vischkleinhandelaar J.Seur, wonende
Willemsstraat 20 I, Amsterdam, waaruit blijkt
dat Seur voornoemd op 29 Augustus jl. 60
pond schol te weinig op zijn door mijn
dienst aangewezen aanvoerplaats heeft ge-
bracht. Achteraf is gebleken, dat zijn
echtgenoote door een ambtenaar der Politie
alhier ventende met deze visch is aangetrof-
fen.
Beleefd verzoek ik U tegen Seur
strafmaatregelen te doen nemen.
[Ondertekening:]
De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele aangifte tegen visdetailhandelaar J. Seur uit Amsterdam. Seur wordt ervan beschuldigd 60 pond schol te hebben achtergehouden van de officiële aanvoer. Zijn vrouw werd later door de politie betrapt terwijl zij deze vis illegaal op straat aan het uitventen was.
* Terminologie:
* Bedrijfschap voor Visscherijproducten: Het orgaan dat tijdens de bezetting de handel in vis reguleerde.
* Ventende: Het op straat of aan de deur verkopen van goederen.
* Proces-verbaal contra: Een officieel verslag van een overtreding tegen een specifiek persoon.
* Toon: Zeer formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te doen toekomen", "Beleefd verzoek ik U").
* Contextuele aanwijzingen: De datum (september 1944) en het onderwerp wijzen op de strikte distributieregels tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het achterhouden van voedsel voor de zwarte markt of eigen verkoop was een ernstig economisch delict. Dit document stamt uit de late fase van de Duitse bezetting van Nederland (september 1944). Dit was een periode van extreme schaarste, vlak voor het begin van de Hongerwinter. Om de voedselvoorziening te controleren, moest alle geproduceerde en gevangen waar via centrale distributiepunten lopen.
De "uitsluiting verdeeling" waar de brief naar verwijst, was een zware straf voor ondernemers: het betekende dat men geen handel meer mocht ontvangen of drijven binnen het officiële distributiesysteem. De 60 pond schol die hier werd achtergehouden, vertegenwoordigde in die tijd een aanzienlijke waarde en een groot verlies voor de officiële rantsoenering in Amsterdam. De Willemsstraat, waar de verdachte woonde, ligt in de Jordaan, een wijk die destijds zwaar getroffen was door voedseltekorten.