Dienstbrief / Rapportage van overtreding.
Origineel
Dienstbrief / Rapportage van overtreding. 8 september 1944. [Linksboven:]
onderwerp
uitbetaling verdeeling [onderstreept]
46C/29/12
[Rechtsboven:]
Afd Bedrijfschap Visch. hand.
[Hoofdtekst:]
In bijlage dezes heb ik de eer U
te doen toekomen een door een ambtenaar van
mijn dienst opgemaakt proces-verbaal
contra den vischkleinhandelaar G. Geur,
wonende Willemsstraat 20 I te A'dam,
waaruit blijkt dat deze voornoemd op 29 Augustus j.l.
[omcirkeld in rood:] 60 pond schol te weinig op de door mijn
dienst aangewezen aanvoerplaats heeft gehad.
Achteraf is gebleken, dat zijn echtgenoote door
een ambtenaar der Politie alhier omtrent
deze visch is aangetroffen.
Beleefd verzoek ik U tegen Geur
strafmaatregels te doen nemen.
[Linksonder:]
8/9 1944
[Marginale notitie in rood schrift:]
zie
hiervoor
rapport
van
politie
[Rechtsonder, paraaf:]
d.d.V. Het document is een officiële melding van een economisch delict binnen de vishandel. De kern van de zaak is dat de visdetailhandelaar G. Geur op 29 augustus 1944 een tekort van 60 pond schol vertoonde bij de verplichte aanvoerplaats. De ontbrekende vis bleek later door de politie bij de echtgenote van de handelaar te zijn aangetroffen. Dit wijst op een poging tot "zwarte handel" of het onttrekken van goederen aan de officiële distributie. De toon van de brief is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te doen toekomen"), wat gebruikelijk was voor correspondentie tussen overheids- of semi-overheidsinstanties in die tijd. Dit schrijven dateert van september 1944, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Vanwege de enorme voedselschaarste was de handel in primaire levensmiddelen volledig gereguleerd door de bezetter via bedrijfschappen en het distributiestelsel. Het 'Bedrijfschap Visch' hield streng toezicht op de visketen om te voorkomen dat vis op de zwarte markt belandde tegen woekerprijzen. Economische delicten zoals beschreven in deze brief werden in deze periode zwaar bestraft, vaak met hoge boetes of intrekking van de handelsvergunning, omdat ze de precaire voedselvoorziening in gevaar brachten. De datum (8 september) valt vlak na 'Dolle Dinsdag', een moment waarop de administratieve grip van de bezettingsorganen onder grote druk stond, maar de bureaucratie desondanks werd voortgezet. G. Geur Bedrijfschap Politie
Samenvatting
Het document is een officiële melding van een economisch delict binnen de vishandel. De kern van de zaak is dat de visdetailhandelaar G. Geur op 29 augustus 1944 een tekort van 60 pond schol vertoonde bij de verplichte aanvoerplaats. De ontbrekende vis bleek later door de politie bij de echtgenote van de handelaar te zijn aangetroffen. Dit wijst op een poging tot "zwarte handel" of het onttrekken van goederen aan de officiële distributie. De toon van de brief is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U te doen toekomen"), wat gebruikelijk was voor correspondentie tussen overheids- of semi-overheidsinstanties in die tijd.
Historische Context
Dit schrijven dateert van september 1944, een kritieke fase tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Vanwege de enorme voedselschaarste was de handel in primaire levensmiddelen volledig gereguleerd door de bezetter via bedrijfschappen en het distributiestelsel. Het 'Bedrijfschap Visch' hield streng toezicht op de visketen om te voorkomen dat vis op de zwarte markt belandde tegen woekerprijzen. Economische delicten zoals beschreven in deze brief werden in deze periode zwaar bestraft, vaak met hoge boetes of intrekking van de handelsvergunning, omdat ze de precaire voedselvoorziening in gevaar brachten. De datum (8 september) valt vlak na 'Dolle Dinsdag', een moment waarop de administratieve grip van de bezettingsorganen onder grote druk stond, maar de bureaucratie desondanks werd voortgezet.