Archief 745
Inventaris 745-432
Pagina 303
Dossier 100
Jaar 1944
Stadsarchief

Getypte ambtelijke rapportage met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

Het rapport vermeldt woensdag 30 augustus (op basis van de stempel en context: 1944).

Origineel

Getypte ambtelijke rapportage met handgeschreven kanttekeningen en stempels. Het rapport vermeldt woensdag 30 augustus (op basis van de stempel en context: 1944). [Getypte tekst]

... dan krijgen en wist geen andere oplossing dan door Rienstra te laten verkoopen.

Op Woensdag 30 Augustus j.l. werd gehoord, IJbrand Rienstra, geb. 19/7/’05, wonende te Amsterdam, Reguliersdwarsstraat 72 te Amsterdam.
Deze verklaarde, dat de knecht van Tuyp Zaterdag 26 Aug. 147/2 kg. snoekbaars gebracht had en die in zijn zaak verkocht was. Zijn zoon had echter de zaak behandeld. Factuur van de fa. Tuyp was niet aanwezig, visch moest nog betaald worden.
Genoemde zoon, IJbrand Rienstra, geb. 31/3/25, verklaarde dat de knecht van Tuyp gevraagd had om de visch bij hem schoon te mogen maken. De chef Afslag Stam wist hiervan. Visch moest spoedig [STEMPEL: 13 SEP 1944] [STEMPEL: No. 193] Voor Tuyp verkocht. Verkoopprijs [f 1.10?] p. kg. Moest aan Tuyp betalen 57 cent per kg. Er is niet aan gedacht zich met den afslag in verbinding te stellen.

De Chef v.d. Afslag, J. Stam, verklaarde, dat de knecht van de fa. Tuyp hem gevraagd had, de visch bij Rienstra te mogen schoonmaken. Hiertegen was geen bezwaar. De visch zou bestemd geweest zijn voor een inrichting.

Rapporteur merkt op, dat omtrent het z.g. schoonmaken geen goedkeuring vereischt is. Of inderdaad de visch van zoodanige kwaliteit was, dat deze direct verkocht moest worden, kan niet meer beoordeeld worden. Was inderdaad de visch niet voor verder vervoer geschikt geweest, dan had men deze ter verdeeling aan den Afslag dienen aan te voeren. IJ. Rienstra, die in de verdeeling aan den afslag opgenomen is, had niet zonder meer deze visch in verkoop mogen nemen. Het beroep op de slechte toestand, waarin de visch verkeerd zou hebben, is dan ook ten deele gegrond. Hoe zou gehandeld zijn, als de ambtenaren van het Marktwezen de visch niet aangehouden zouden hebben? Het was toch de bedoeling, naar verklaring van fa. Tuyp, de visch naar Breda te zenden? Zoowel de fa. Tuyp en Zn. als IJ. Rienstra hebben gehandeld in strijd met het 17e Uitvoeringsbesluit, en wel overtreding van resp. art. 3 en 5. In verband hiermede wordt tegen beiden p.v. opgemaakt.

[Handgeschreven tekst linksonder]

Hr. Duinhooven,
Van een Hen en Grebbe zou ik graag iets vernemen omtrent de toestand waarin de visch verkeerde. Slecht of gering bv. Kan iemand hier Maandag ± 9 uur even aan den afslag komen teneinde hierover nadere inl. in te lichten?

zie contr. [Handtekening: Kuyt]

[Handtekening rechtsboven de onderste notitie: Kuyt]

[Handgeschreven tekst rechtsonder]

[Handtekening/Paraaf]
opl.
P.V.D. Het document is een verslag van een opsporingsambtenaar betreffende een overtreding van de distributieregels voor vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is dat de firma Tuyp 147,5 kilo snoekbaars heeft geleverd aan IJbrand Rienstra, die de vis direct heeft verkocht zonder deze eerst ter keuring of veiling aan te bieden bij de officiële visafslag.

De verdediging van de betrokkenen is dat de vis van slechte kwaliteit was en direct verwerkt ("schoongemaakt") en verkocht moest worden. De rapporteur verwerpt dit argument: zelfs bij slechte kwaliteit had de vis via de officiële kanalen (de Afslag) verdeeld moeten worden. De rapporteur concludeert dat er opzet in het spel was, aangezien de vis oorspronkelijk naar Breda gestuurd zou worden, wat de bewering over de noodzaak tot directe verkoop ondermijnt. Er wordt een proces-verbaal (p.v.) opgemaakt op basis van het 17e Uitvoeringsbesluit. Dit document stamt uit september 1944, een periode van extreme schaarste en strenge distributiecontroles in het bezette Nederland. De handel in levensmiddelen was aan strikte banden gelegd om de zwarte markt tegen te gaan en de voedselvoorziening (en de leveringen aan de bezetter) te reguleren.

Het "17e Uitvoeringsbesluit" waarnaar verwezen wordt, maakte deel uit van de complexe crisiswetgeving. De "Afslag" en het "Marktwezen" waren de controlerende instanties die toezagen op de eerlijke verdeling van schaarse goederen. Overtredingen zoals hier beschreven werden beschouwd als economische delicten. De handgeschreven notitie onderaan toont de verdere afhandeling van het onderzoek, waarbij getuigen (van de firma Hen en Grebbe) gevraagd wordt naar de staat van de vis om de ernst van de overtreding vast te stellen.

Samenvatting

Het document is een verslag van een opsporingsambtenaar betreffende een overtreding van de distributieregels voor vis tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is dat de firma Tuyp 147,5 kilo snoekbaars heeft geleverd aan IJbrand Rienstra, die de vis direct heeft verkocht zonder deze eerst ter keuring of veiling aan te bieden bij de officiële visafslag.

De verdediging van de betrokkenen is dat de vis van slechte kwaliteit was en direct verwerkt ("schoongemaakt") en verkocht moest worden. De rapporteur verwerpt dit argument: zelfs bij slechte kwaliteit had de vis via de officiële kanalen (de Afslag) verdeeld moeten worden. De rapporteur concludeert dat er opzet in het spel was, aangezien de vis oorspronkelijk naar Breda gestuurd zou worden, wat de bewering over de noodzaak tot directe verkoop ondermijnt. Er wordt een proces-verbaal (p.v.) opgemaakt op basis van het 17e Uitvoeringsbesluit.

Historische Context

Dit document stamt uit september 1944, een periode van extreme schaarste en strenge distributiecontroles in het bezette Nederland. De handel in levensmiddelen was aan strikte banden gelegd om de zwarte markt tegen te gaan en de voedselvoorziening (en de leveringen aan de bezetter) te reguleren.

Het "17e Uitvoeringsbesluit" waarnaar verwezen wordt, maakte deel uit van de complexe crisiswetgeving. De "Afslag" en het "Marktwezen" waren de controlerende instanties die toezagen op de eerlijke verdeling van schaarse goederen. Overtredingen zoals hier beschreven werden beschouwd als economische delicten. De handgeschreven notitie onderaan toont de verdere afhandeling van het onderzoek, waarbij getuigen (van de firma Hen en Grebbe) gevraagd wordt naar de staat van de vis om de ernst van de overtreding vast te stellen.

Kooplieden in dit dossier 100

A.V. de Jong Waterlooplein - 1 87
A. Koning Waterlooplein " 9-9-1893
A. Koning Waterlooplein Geb. 12-7-1886
A. Sier Waterlooplein " 21-10-1897
A. Merens Waterlooplein
A. Harte Waterlooplein - 3 11
B.C.v.Es Waterlooplein - 5 83
B.C.v.Es Waterlooplein **F 17608 37** (rood)
C. Bras Waterlooplein - 1.65
C. de Jong Waterlooplein - 43
C. de Jong Waterlooplein
C. Dekker Waterlooplein - 1 20
C. Dienst Waterlooplein - 5 24
C. Dienst Waterlooplein - 5.38
C. Dienst Waterlooplein - 7 41
C. Voedselvoorz Waterlooplein - 3 60
C. Voedselvoorz Waterlooplein - 1 27
C.M. Voorstel Waterlooplein - 4.49
C.H. Heerding Waterlooplein - 2 14
C.H. Heerding Waterlooplein
C H Herwig Waterlooplein - 500.00
C. Kooy Waterlooplein
C. Koning Waterlooplein " 4-4-1903
C. Schilder Waterlooplein " 13-12-1918
S. Israels Waterlooplein
D. Bakker Waterlooplein - 3 37
D. Visser Waterlooplein " 3-4-1894
Gebr.Kooy Waterlooplein
G.G.D. Amsterdam Waterlooplein fl 7732.13
G.G.D. Amsterdam Waterlooplein f 17553 67
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3