Administratief financieel overzicht / Geleidebrief.
Origineel
Administratief financieel overzicht / Geleidebrief. 7 juli 1944. [Handgeschreven in paars:] Verzonden 7/7
46d/1/6M. [getypt] 7 Juli 1944. SV.
Den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
==============
VISCHMARKT.
HEFFINGEN OVER DE MAAND J U N I 1944.
Aanvoer 2% f. 3.167,87
1% extra heffing van consignatie-
zendingen f. -.-
Heffing volgens art.21 sub 2 der
Verordening op de heffing f. 4,20
Vaartuigen à 25 cent per ton f. -.-
Vaartuigen à 10 cent per ton f. -.-
Berging in de Hal f. -.-
Huur bergplaatsen f. 66.-
De Directeur, * Inhoud: Het document is een financieel overzicht van de inkomsten uit heffingen van een gemeentelijke vismarkt over de maand juni 1944. De belangrijkste inkomstenbron is de heffing op de aanvoer (2%), die ruim 3167 gulden bedraagt. Andere posten, zoals havengelden voor vaartuigen, staan op nul, wat kan duiden op een beperkte scheepvaartactiviteit of een andere wijze van verrekening.
* Taal en Spelling: Het document hanteert de toen gebruikelijke spelling (vóór de hervorming van 1947), zichtbaar in woorden als "Vischmarkt" en de tussen-n in "levensmiddelen" (die destijds vaker wegbleef of anders werd toegepast).
* Administratieve stijl: De opmaak is strikt zakelijk en hiërarchisch, gericht aan de "Wethouder voor de Levensmiddelen". De handgeschreven aantekening "Verzonden 7/7" diende voor de interne dossiervorming. Dit document stamt uit de late fase van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1944), vlak na de invasie in Normandië (D-Day). Ondanks de oorlogsturbulentie en de toenemende schaarste, bleef de bureaucratische machinerie van de voedselvoorziening in de steden nauwgezet functioneren.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie; hij was verantwoordelijk voor de distributie en prijsbeheersing van schaarse goederen. Vis was een essentieel onderdeel van het dieet, zeker omdat vlees steeds moeilijker verkrijgbaar werd. Het feit dat er in juni 1944 nog voor ruim 3000 gulden aan heffingen werd geïnd, wijst erop dat de aanvoer naar de markt op dat moment nog substantieel was, hoewel dit slechts enkele maanden voor de Spoorwegstaking en de Hongerwinter was, waarna de voedselvoorziening volledig zou stagneren.