Getypte ambtelijke brief/begeleidend schrijven.
Origineel
Getypte ambtelijke brief/begeleidend schrijven. 11 februari 1944. De Directeur (vermoedelijk van een Gemeentelijke Visafslag). Verzonden 11/2 [handgeschreven]
46D/2/1M. SV.
1
11 Februari 1944.
Bijgaande heb ik de eer U een
overzicht te zenden van de bruto-opbrengst
der gedurende de maand Januari 1944 in den
Gemeentelijken Vischafslag verkochte visch.
De Directeur,
Gezonden aan:
Den Heer Directeur van het Bureau van Statistiek
Den Heer Inspecteur bij den Rijksdienst ter
Uitvoering van de Zuiderzeesteunwet. Dit document is een formele kennisgeving die dient als begeleidend schrijven voor een statistisch overzicht. De kern van de boodschap is het doorsturen van de verkoopcijfers (bruto-opbrengst) van de visafslag over de maand januari 1944.
De brief is gericht aan twee specifieke instanties:
1. Bureau van Statistiek: Verantwoordelijk voor het verzamelen van economische data.
2. Rijksdienst ter Uitvoering van de Zuiderzeesteunwet: Deze dienst hield toezicht op de financiële situatie van vissers die getroffen waren door de afsluiting van de Zuiderzee.
Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U"), wat standaard was voor dergelijke correspondentie in die tijd. De aanwezigheid van een dossiernummer en een verzendnotitie duidt op een zorgvuldige archivering binnen een overheidsapparaat. Het document dateert uit februari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogsomstandigheden bleven civiele en economische administraties, zoals de visafslagen en de uitvoering van sociale wetten, grotendeels functioneren.
De vermelding van de Zuiderzeesteunwet is historisch interessant. Deze wet uit 1925 was in het leven geroepen om vissers te compenseren voor de negatieve gevolgen van de aanleg van de Afsluitdijk (voltooid in 1932), waardoor de zoute Zuiderzee veranderde in het zoete IJsselmeer. In 1944 was deze wet blijkbaar nog steeds actueel voor het monitoren van de inkomsten van de visserijsector.
De gegevens over de visopbrengst waren in oorlogstijd cruciaal voor de voedselvoorziening en de distributie, die onder streng toezicht van de bezetter stonden. Dergelijke overzichten boden inzicht in de beschikbare hoeveelheden proteïne voor de bevolking en de economische vitaliteit van de kustplaatsen.
Samenvatting
Dit document is een formele kennisgeving die dient als begeleidend schrijven voor een statistisch overzicht. De kern van de boodschap is het doorsturen van de verkoopcijfers (bruto-opbrengst) van de visafslag over de maand januari 1944.
De brief is gericht aan twee specifieke instanties:
1. Bureau van Statistiek: Verantwoordelijk voor het verzamelen van economische data.
2. Rijksdienst ter Uitvoering van de Zuiderzeesteunwet: Deze dienst hield toezicht op de financiële situatie van vissers die getroffen waren door de afsluiting van de Zuiderzee.
Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U"), wat standaard was voor dergelijke correspondentie in die tijd. De aanwezigheid van een dossiernummer en een verzendnotitie duidt op een zorgvuldige archivering binnen een overheidsapparaat.
Historische Context
Het document dateert uit februari 1944, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogsomstandigheden bleven civiele en economische administraties, zoals de visafslagen en de uitvoering van sociale wetten, grotendeels functioneren.
De vermelding van de Zuiderzeesteunwet is historisch interessant. Deze wet uit 1925 was in het leven geroepen om vissers te compenseren voor de negatieve gevolgen van de aanleg van de Afsluitdijk (voltooid in 1932), waardoor de zoute Zuiderzee veranderde in het zoete IJsselmeer. In 1944 was deze wet blijkbaar nog steeds actueel voor het monitoren van de inkomsten van de visserijsector.
De gegevens over de visopbrengst waren in oorlogstijd cruciaal voor de voedselvoorziening en de distributie, die onder streng toezicht van de bezetter stonden. Dergelijke overzichten boden inzicht in de beschikbare hoeveelheden proteïne voor de bevolking en de economische vitaliteit van de kustplaatsen.