Getypte doorslag van een verzendbericht/begeleidend schrijven.
Origineel
Getypte doorslag van een verzendbericht/begeleidend schrijven. 2 november 1944. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Visafslag Amsterdam). [Handgeschreven in potlood, bovenaan midden:]
Verzonden 2/11
[Getypt:]
46D/2/10M. 1 2 November 1944. SV.
Verzonden aan: Den Heer Directeur van het Bureau van
Statistiek, Spinhuissteeg 1.
Den Heer Inspecteur bij den Rijksdienst ter Uitvoering
van de Zuiderzeesteunwet, Jac. Obrechtstraat 67.
Bijgaand heb ik de eer U een
overzicht te zenden van de bruto-opbrengst
der gedurende de maand October 1944 in
den Gemeentelijken Vischafslag verkochte
visch.
De Directeur, Dit document is een formeel begeleidend schrijven bij een statistisch overzicht van de visopbrengsten. De kern van de brief is de rapportage over de "bruto-opbrengst" van de verkochte vis in de maand oktober 1944 bij de Gemeentelijke Visafslag.
Opvallend is de strikte formele toon ("heb ik de eer U een overzicht te zenden") en de nauwkeurige adressering aan twee instanties:
1. Bureau van Statistiek (Spinhuissteeg 1): Dit was de standplaats van het Amsterdamse bureau dat alle economische data van de stad verzamelde.
2. Rijksdienst ter Uitvoering van de Zuiderzeesteunwet (Jac. Obrechtstraat 67): Deze instantie hield zich bezig met de financiële afwikkeling en steun voor vissers die getroffen waren door de afsluiting van de Zuiderzee. De rapportage van afslagcijfers was noodzakelijk om de rechtmatigheid van steunuitkeringen te controleren.
De spelling is conform de toen geldende normen (bijv. "visch", "October"). De datum op het document, 2 november 1944, is historisch zeer significant. Nederland bevond zich op dat moment in de eindfase van de Tweede Wereldoorlog. Het zuiden was reeds bevrijd, maar het westen (waaronder Amsterdam) was nog bezet en stond aan het begin van de Hongerwinter.
De voedselvoorziening was nagenoeg volledig ingestort, mede door de spoorwegstaking die in september 1944 was begonnen. In deze context is het opmerkelijk dat de bureaucratische machine nog steeds functioneerde: er werden nog steeds overzichten geproduceerd over visopbrengsten, terwijl de werkelijke aanvoer van vis door brandstoftekorten en oorlogsgevaar op zee tot een minimum was gereduceerd.
Dit document getuigt van de pogingen van de overheid (zowel lokaal als nationaal) om grip te houden op de schaarse voedselbronnen en de administratieve processen die zelfs in tijden van extreme crisis en bezetting werden voortgezet. De locatie van de Visafslag was destijds aan de De Ruyterkade in Amsterdam, een vitale schakel in de overleving van de stad tijdens die laatste oorlogsmaanden.
Samenvatting
Dit document is een formeel begeleidend schrijven bij een statistisch overzicht van de visopbrengsten. De kern van de brief is de rapportage over de "bruto-opbrengst" van de verkochte vis in de maand oktober 1944 bij de Gemeentelijke Visafslag.
Opvallend is de strikte formele toon ("heb ik de eer U een overzicht te zenden") en de nauwkeurige adressering aan twee instanties:
1. Bureau van Statistiek (Spinhuissteeg 1): Dit was de standplaats van het Amsterdamse bureau dat alle economische data van de stad verzamelde.
2. Rijksdienst ter Uitvoering van de Zuiderzeesteunwet (Jac. Obrechtstraat 67): Deze instantie hield zich bezig met de financiële afwikkeling en steun voor vissers die getroffen waren door de afsluiting van de Zuiderzee. De rapportage van afslagcijfers was noodzakelijk om de rechtmatigheid van steunuitkeringen te controleren.
De spelling is conform de toen geldende normen (bijv. "visch", "October").
Historische Context
De datum op het document, 2 november 1944, is historisch zeer significant. Nederland bevond zich op dat moment in de eindfase van de Tweede Wereldoorlog. Het zuiden was reeds bevrijd, maar het westen (waaronder Amsterdam) was nog bezet en stond aan het begin van de Hongerwinter.
De voedselvoorziening was nagenoeg volledig ingestort, mede door de spoorwegstaking die in september 1944 was begonnen. In deze context is het opmerkelijk dat de bureaucratische machine nog steeds functioneerde: er werden nog steeds overzichten geproduceerd over visopbrengsten, terwijl de werkelijke aanvoer van vis door brandstoftekorten en oorlogsgevaar op zee tot een minimum was gereduceerd.
Dit document getuigt van de pogingen van de overheid (zowel lokaal als nationaal) om grip te houden op de schaarse voedselbronnen en de administratieve processen die zelfs in tijden van extreme crisis en bezetting werden voortgezet. De locatie van de Visafslag was destijds aan de De Ruyterkade in Amsterdam, een vitale schakel in de overleving van de stad tijdens die laatste oorlogsmaanden.