Getypt wekelijks inventarisatierapport (voorraadstaat).
Origineel
Getypt wekelijks inventarisatierapport (voorraadstaat). Betreft de week van 10 december t/m 16 december 1944. Centrale Markt.
Amsterdam. Koelhuis.
=========
Opslag, aflevering en voorraad.
===============================
Artikel Voorraad Opslag Aflevering Voorraad
op op
9-12-'44 In de week van 10 16-12-'44
t/m 16 Dec. '44
Fruit 2.552 1.017 289 3.280
Groenten 13.137 50.250 440 62.947
Vleesch en gehakt in
blik 26.160 26.160
Diversen 283 283
Netto totaal 92.670
bij 25% voor tarra 23.168
Totaal bruto: 115.838
De Directeur van het Marktwezen, * **Inhoud:** Het document toont de mutaties in de koelhuizen van de Centrale Markt in Amsterdam. De getallen vertegenwoordigen waarschijnlijk kilogrammen. Opvallend is dat de "Opslag" (inkomende goederen) van groenten enorm hoog is (50.250 kg) vergeleken met de "Aflevering" (slechts 440 kg). Dit wijst op het aanleggen van reserves of het stagneren van de distributie.
- Rekenkundig: De berekening onderaan is accuraat. Het netto totaal van 92.670 kg wordt vermeerderd met 25% tarra (gewicht van verpakkingen/kisten), wat uitkomt op 23.167,5 (afgerond naar 23.168). Het totale brutogewicht bedraagt hiermee 115.838 kg.
- Taalgebruik: Er wordt gebruikgemaakt van de oude spelling (zoals "Vleesch"). Dit document stamt uit een kritieke periode in de Nederlandse geschiedenis: de Hongerwinter van 1944-1945. Terwijl de Centrale Markt in Amsterdam hier rapporteert over tienduizenden kilo's aan voorraad (met name groenten en vlees in blik), heerste er in de stad op dat moment een acute en dodelijke hongersnood door het Duitse transportverbod.
De enorme voorraad "Vleesch en gehakt in blik" (ruim 26 ton) die gedurende de week niet verandert, suggereert dat dit strategische reserves waren die mogelijk onder controle stonden van de bezetter of de gemeente, maar niet direct beschikbaar waren voor de reguliere voedselvoorziening van de stervende bevolking. De directeur van het Marktwezen bevond zich in deze periode in een uiterst moeilijke positie tussen de eisen van de Duitse bezetter en de wanhopige behoeften van de Amsterdamse burgers.