Ambtelijke correspondentie (brief/advies).
Origineel
Ambtelijke correspondentie (brief/advies). 29 maart 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). [Rechtsboven, handgeschreven:] M. Müller
[Linksboven:] 53/25/3 M
[Rechtsboven:] VP/G.
[Midden, handgeschreven:] Verzonden 29/3
[Rechtsonder de handgeschreven tekst:] 29 Maart 1939
[Links:]
Restitutie entréegeld
Centrale Markt.
[Rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat P.Mienis, Bataviastraat 47 I, wien voor het kalenderjaar 1939 als kooper toegang tot de Centrale Markt is verleend, het terzake verschuldigde entréegeld ten bedrage van f 10,- heeft betaald. Mienis is echter sedert 18 Februari jl. niet meer in den handel werkzaam, zoodat hy de Centrale Markt niet meer bezoekt. Hy heeft my verzocht om voor restitutie van een deel van het door hem betaalde entréegeld in aanmerking te mogen komen. Indien hy het entréegeld volgens het tarief per kalendermaand zou hebben betaald, zou hy een bedrag van f 2,- zyn schuldig geweest. Het lykt my daarom billyk, dat hem een bedrag van f 8,- wordt teruggegeven. Ik verzoek U beleefd wel te willen bevorderen, dat daartoe door Burgemeester en Wethouders, op grond van artikel 36 van de Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, wordt besloten.
Ik stel U tevens voor een zelfde Besluit, eveneens voor een bedrag van f 8,- te doen nemen ten behoeve van den kooper J.Brouwer, Rentmeesterlaan 46, Amstelveen, die sedert 27 Februari jl. niet meer in den handel werkzaam is. Ook deze heeft om de bedoelde restitutie verzocht.
[Rechtsonder:]
De Directeur,
Accoord met door Directeur
geparafeerde minute.
De Secretaris: * Inhoud: De directeur van de betreffende dienst adviseert de wethouder om een gedeeltelijke terugbetaling (restitutie) te doen aan twee marktkooplieden. Beide heren hadden het jaarlijkse entreegeld van 10 gulden voldaan, maar beëindigden hun handelsactiviteiten al in februari.
* Berekening: De directeur hanteert een "billijke" benadering: hij berekent wat de handelaren kwijt zouden zijn geweest bij een maandelijks tarief (2 gulden voor twee maanden) en stelt voor de resterende 8 gulden terug te geven.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik uit het interbellum ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "billyk", "jl."). Opvallend is het consequente gebruik van de 'y' in plaats van 'ij' (hy, zyn, lykt), wat destijds bij sommige schrijfmachines of diensten gebruikelijk was.
* Status document: Dit betreft een kopie of een doorslag voor het archief, getuige de aantekening "Verzonden 29/3" en de standaardtekst onderaan die verwijst naar een door de directeur geparafeerde "minute" (het originele concept). * Locatie: De genoemde adressen (Bataviastraat in Amsterdam-Oost) en de term "Centrale Markt" wijzen op de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam. Dit was het hart van de Amsterdamse voedselvoorziening.
* Tijdsgeest: Maart 1939. De economische crisis van de jaren '30 liep ten einde, maar de dreiging van de Tweede Wereldoorlog nam toe. De brief toont de nauwgezette bureaucratie rondom marktgelden.
* Wethouder voor de Levensmiddelen: In deze periode was dit een belangrijke post, verantwoordelijk voor de distributie en markttoezicht in de stad.
* Bedragen: Een bedrag van 10 gulden in 1939 had een koopkracht die vandaag de dag vergelijkbaar is met ruim 100 euro. Voor een kleine handelaar was een restitutie van 8 gulden dus een substantieel bedrag. J. Brouwer P. Mienis