Brief (kopie/afschrift).
Origineel
Brief (kopie/afschrift). Amsterdam, 4 Maart 1939. De Directeur der Handelsinrichtingen (Gemeente-Handelsinrichtingen, Amsterdam). No. 60/3/1 M.1939 7/3 AFSCHRIFT.
GEMEENTE-HANDELSINRICHTINGEN, ENTREPOTDOK, KADIJKSPLEIN No. 1.
No. 344 DH. Amsterdam, 4 Maart 1939.
Aan den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14,
A m s t e r d a m - W.
Gevolg gevende aan Uw op 21 Februari jl. te mijnen kantore
gedane verzoek om met eenige cijfers te willen aangeven hoe groot
het belang is, dat voor de Amsterdamsche haven de komst van een
zeeschip, beladen met $\pm$ 40.000 kisten Spaansche sinaasappelen,
beteekent, deel ik U het volgende mede.
Voor een zoodanige lading zal een schip noodig zijn, onge-
veer ter grootte van het s.s. "Hercules" der K.N.S.M., metende
2286 Bruto- en 1372 Netto-Registertonnen.
Het havengeld voor zoo'n schip, binnenkomende met een voor
Amsterdam bestemde volle lading sinaasappelen, verschuldigd be-
draagt maximaal $\pm$ $f$ 210,-. Het bedrag, dat verloond zal worden aan
het lossen van het schip, aan het opslaan van de lading in- en
het afleveren ervan uit de loods raam ik op $f$ 2.500,- in totaal.
Zooals ik U reeds mededeelde illustreeren deze cijfers,
betrekking hebbende op het havengeld en het lossen en afleveren
der lading, slechts ten deele het belang, dat de haven bij een
binnenkomend zeeschip heeft. Immers de komst van een schip brengt
werk voor den cargadoor, voor den expediteur en dikwijls ook voor
de sleepboot-, proviandeerings-, bunker-, reparatie- en droogdok-
bedrijven, e.a. Hoewel deze belangen in een denkbeeldig geval, als
het onderhavige, niet met een of meer cijfers nader zijn aan te
geven, behoeft het toch geen betoog, dat het totale havenbelang
bij een zeeschip ver uitgaat boven hetgeen de hiervoren genoemde
cijfers tot uitdrukking brengen.
Ten besluite herhaal ik, dat, zoo ik U in het door U inge-
stelde onderzoek verder van dienst kan zijn, ik gaarne mijn mede-
werking zal verleenen.
De Directeur der Handelsinrichtingen,
w.g. onleesbaar. Deze brief dient als een feitelijke onderbouwing van het economische belang van de fruitimport voor de stad Amsterdam vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Directeur van de Handelsinrichtingen zet uiteen dat de directe inkomsten (havengeld en overslagkosten, samen ruim 2700 gulden per schip) slechts het topje van de ijsberg zijn.
De kern van het betoog is de indirecte economische waarde: de "multiplier-effecten" voor toeleveranciers zoals sleepbootdiensten, bunkerstations en reparatiewerven. Het document gebruikt het stoomschip (s.s.) "Hercules" van de K.N.S.M. als referentiekader voor een typisch vrachtschip uit die tijd. De brief is geschreven in een roerige periode. In maart 1939 liep de Spaanse Burgeroorlog op zijn einde, wat de handel in "Spaansche sinaasappelen" weer actueel maakte. De geadresseerde, de Directeur van het Marktwezen, was gevestigd aan de Jan van Galenstraat, de locatie van de in 1934 geopende Centrale Markthallen, het kloppende hart van de Amsterdamse voedseldistributie.
De Gemeente-Handelsinrichtingen (gevestigd aan het Entrepotdok) beheerden de gemeentelijke pakhuizen en havenfaciliteiten. De correspondentie toont de nauwe samenwerking tussen verschillende gemeentelijke diensten om de economische waarde van de Amsterdamse haven en handelsstromen in kaart te brengen. De K.N.S.M. (Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij), waarnaar verwezen wordt, was destijds een van de grootste en belangrijkste rederijen van Amsterdam.