Officieel ambtelijk schrijven / memorandum (kopie of doorslag).
Origineel
Officieel ambtelijk schrijven / memorandum (kopie of doorslag). 22 februari 1939 (gegeven de referentie naar 1 januari 1939 in de tekst). 1 22 Februari 9
64/5/3 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
Markt mag in den loop van een jaar niet gaan veilen zonder toestemming van den dienst van het Marktwezen.
4e. Restitutie van plaatsgeld aan tuinders die in den loop van een jaar gaan veilen, zal van 1 Januari 1939 af niet meer mogelyk zyn (het desbetreffende machtigingsbesluit van Burgemeester en Wethouders zal voor intrekking worden voorgesteld).
5e. Iedere tuinder, die op eigen naam een tuin bezit en daarvoor een erkenning heeft, moet zelfstandig een tuindersplaats op de Centrale Markt bezetten, indien hy aldaar zyn producten wil verkoopen. Hy mag zyn producten niet op de plaats van een anderen tuinder verkoopen.
6e. Heeft een tuinder een tuin van slechts 1/3 of 1/4 ha, althans te klein voor de bezetting van een volledige marktplaats (in het algemeen is 1 ha voldoende voor een glastuinder; voor een koude-grond-tuinder kan 1 ha onvoldoende zyn), dan zal in overleg met de Tuindersorganisaties worden besproken, wat van geval tot geval voor zulk een tuinder gewenscht is.
De Directeur, * Inhoud: Het document bevat een reeks aangescherpte regels voor tuinders die hun waar aanbieden op de Centrale Markt in Amsterdam.
* Punt 4: Beëindigt de mogelijkheid tot teruggave van standplaatsgeld als een tuinder gedurende het jaar besluit over te stappen op veilen.
* Punt 5: Verplicht tuinders om een eigen standplaats te bezetten; onderverhuur of verkoop op de plek van een ander is niet toegestaan.
* Punt 6: Erkent dat voor zeer kleine bedrijven (1/3 tot 1/4 hectare) maatwerk nodig is, aangezien een volledige standplaats mogelijk te kostbaar of te groot is voor hun opbrengst.
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode (bijv. "mogelyk zyn", "verkoopen", "gewenscht").
* Bestuurlijke context: Het document toont de strakke organisatie van de Amsterdamse voedselvoorziening en de nauwe samenwerking tussen de directie van het Marktwezen en de verantwoordelijke wethouder. Dit document stamt uit februari 1939, een periode waarin de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam het kloppend hart vormden van de handel in groenten en fruit. De regels wijzen op een streven naar professionalisering en een strikte controle op de marktruimte.
Interessant is de vermelding van de grootte van de tuinen: men maakt onderscheid tussen glastuinders (die intensiever teelden op minder grond) en koude-grond-tuinders. In deze periode bevonden veel van deze tuinderijen zich nog in de directe omgeving van de stad (zoals in de Sloterpolder), gebieden die na de Tweede Wereldoorlog grotendeels zouden worden bebouwd voor de Westelijke Tuinsteden.