Archiefdocument
Origineel
21 februari 1939 (met latere aantekening 22/2/39) Onbekend (ondertekend met initialen D.D.W.) Het Bestuur van de Gecombineerde Tuinbouw-Organisaties, Centrale Markt H 57, Amsterdam-West. [Links boven, in rood:] 64/5/3
[Rechts boven:] 21 - 2 - 39.
[Midden boven, in licht schrift:] 22/2/39 [gevolgd door een kruisje]
Het Bestuur van de
Gecombineerde Tuinbouw-Organisaties.
Centrale Markt H 57.
A’dam-West
[Onderstreept]
Hiermede bevestig ik het mondelinge onderhoud,
dat ik op 16 Febr. j.l. met Uwe Heeren Sinkgrave en
Bol op, naar aanleiding van Uw schrijven van 10 dezer,
No 58, heb gehad, waarbij is besloten,
~~dat ten aanzien van het systeem van opschuiven~~
~~van natte tuinders op de pieren A, B, C en D, althans~~
~~voor het jaar 1939 ons schrijven van 25 Jan. j.l.~~
dat voor het jaar 1939 de regeling vervat in
mijn schrijven van 25 Jan. j.l.
No 64/5/1M zullen worden gehandhaafd.
Voor de goede orde ~~behoeft het nog eens~~ stel ik daarom eens vast, dat
~~voor het jaar 1939~~ tot Jan. 1940 de volgende regelen zullen gelden:
1e. ~~Het tot nu toe gevolgde~~
Het systeem van opschuiven van natte tuinders
op de pieren A, B, C en D zal gewijzigd worden. Iedere
pier zal namelijk haar eigen vaste bezetting met
tuinders krijgen, waardoor het opschuiven van de natte
tuinders als een geheel (van alle pieren tezamen) komt
te vervallen. ~~Dientengevolge~~ Voortaan zal slechts per pier opgeschoven
kunnen worden.
2e. De sedert 1 Jan. 1939 reeds plaats gehad hebbende
verschuivingen zullen niet ongedaan worden gemaakt.
Iedere natte tuinder zal echter vrij zijn, behoudens
goedkeuring van den dienst van het Marktwezen,
om naar eigen keuze een nog onbezette plaats
op een der pieren A, B, C en D te gaan bezetten.
Op het eind van 1939 zal de met een en ander
verkregen ervaring opnieuw onder de oogen worden
gezien.
~~3e /~~
3e - (overnemen 2e uit brief .64/5/1M)
4e - ( " 3e " " " )
5e - ( " 4e " " " )
6e - ( " 5e " " " )
[Rechts onder:] D.D.W. Dit document is een concept- of doorslagversie van een officiële brief waarin afspraken over de marktindeling worden vastgelegd. De tekst bevat talrijke doorstrepingen en tussenvoegingen, wat wijst op een proces van zorgvuldige herformulering. De kern van de wijziging is dat het "opschuif-systeem" voor de zogeheten "natte tuinders" (tuinders die hun waar per schuit aanvoerden) wordt gedecentraliseerd. In plaats van een collectief systeem over alle vier de pieren (A t/m D) heen, krijgt elke pier nu een eigen, vaste bezetting. Dit verhoogt waarschijnlijk de overzichtelijkheid en stabiliteit op de Centrale Markt. Bestaande verschuivingen sinds begin 1939 blijven gehandhaafd, maar er wordt ruimte geboden voor individuele keuzes voor onbezette plekken, mits goedgekeurd door het marktwezen. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het logistieke hart voor de voedselvoorziening van de stad. De term "natte tuinders" verwijst naar de specifieke groep telers die hun producten via het water naar de markt brachten. De pieren waren de aanlegplaatsen waar deze handel plaatsvond. De brief dateert van februari 1939, een periode waarin de marktorganisatie zich nog volop aan het uitkristalliseren was. De Gecombineerde Tuinbouw-Organisaties fungeerden hierbij als belangenbehartiger voor de tuinders in hun overleg met de gemeentelijke marktinstanties. De verwijzing naar de evaluatie eind 1939 suggereert een pragmatische aanpak: men probeert de nieuwe regels een jaar uit voordat een definitief besluit wordt genomen.