Brief/concept-overeenkomst betreffende marktreglementering.
Origineel
Brief/concept-overeenkomst betreffende marktreglementering. 4 december 1939. A'dam 4 Dec. '39.
Het Bestuur van de Gecombineerde
Tuinbouw-Organisaties.
Centrale Markt H 57
A'dam-West.
Hiermede bevestig ik
het mondelinge onderhoud,
dat ik op 29 Nov. j.l. met
de Heeren Denkgreve en Bol heb gehad,
waarbij de volgende punten werden opgesteld,
die als grondslag kunnen dienen
voor een nieuwe regeling van de opstelling
en opschuiving van natte tuinders op de Centrale Markt.
~~1e. Met ingang van 1 Januari 1940 zullen de natte~~
~~tuinders per pier opschuiven in groepsgewijs~~
~~in 4 groepen.~~
(Telkenjare op 1 Januari
1e. De natte tuinders zullen per pier) per jaar opschuiven.
2e. Dit opschuiven geschiedt groepsgewijs; de tuinders
worden daartoe per pier ingedeeld in 4 groepen; groep No 1 (
aan de kop van de pier) schuift naar het uiteinde der pier, groep No 2
naar de plaats van groep No 1; groep No 3 naar de plaats
van groep No 2, groep No 4 naar de plaats van groep No 3.
3e. De verdeeling in 4 groepen geschiedt als volgt: bijv.
is het aantal per pier beschikbare tuinders een veelvoud van
4, dan geschiedt de verdeeling in 4 gelijke groepen.
Is het aantal een veelvoud van 4 plus nog 1 tuinder, dan
wordt deze gebracht bij groep No 1; is het aantal een
veelvoud van 4 plus nog 2 tuinders, dan worden deze gebracht
1 bij groep 1 en 1 bij groep 2, enz.
Voorbeeld:
16 tuinders worden verdeeld in 4 x 4.
17 " " " " 1 x 5 + 3 x 4.
18 " " " " 2 x 5 + 2 x 4.
19 " " " " 3 x 5 + 1 x 4.
20 " " " " 4 x 5.
4e. Met tusschentijds uitvallen (door overlijden of om andere
redenen) wordt eerst op 1 Januari rekening gehouden, d.w.z.
bij tussentijds ophouden van een natte tuinder wordt diens nummer
eerst op 1 Januari aan zijn volgenden den op hem volgenden
tuinder gegeven; deze laatste schuift op 1 Januari dan nog
op zijn eigen nummer en niet op dat van den tusschentijds
uitgevallen tuinder.
5e. Op 1 Jan. 1940 wordt de definitieve verdeeling in groepen
en de definitieve opstelling op de pieren opgemaakt, zoodra
het aantal natte tuinders bekend zal zijn. (voor het kalenderjaar 1940)
[Kanttekening linker marge:]
Vielleicht verdient het, ter voorkoming van een te groote verplaatsing naar achteren, de voorkeur, om het opschuiven nog iets anders te doen geschieden: nl. groep No 1 schuift naar de plaats van groep No 2; deze naar de plaats van groep No 3; deze naar de plaats van groep No 4 en deze naar de plaats van groep No 1. U gelieve dit nog eens nader te overwegen. Het document betreft een voorstel voor de logistieke herindeling van de standplaatsen voor "natte tuinders" op de Centrale Markt in Amsterdam. Natte tuinders waren telers die hun waren per boot (over water) naar de markt brachten.
De kern van het voorstel is een jaarlijks rotatiesysteem (opschuivingsregeling) per 1 januari. Dit systeem is bedoeld om de felbegeerde plekken aan de "kop van de pier" eerlijk te verdelen over de jaren. Er wordt een mathematische methode voorgesteld om tuinders in vier groepen te verdelen, waarbij restanten (als het totaal geen veelvoud van vier is) systematisch aan de eerste groepen worden toegevoegd.
Opvallend is de administratieve strengheid in punt 4: mutaties gedurende het jaar (bijv. door overlijden) worden pas bij de jaarwisseling verwerkt in de nummering, om de lopende rangorde niet te verstoren. De kantlijnnotitie bevat een alternatief voorstel voor de rotatievolgorde, ingegeven door praktische bezwaren over de fysieke afstand van de verplaatsing. Eind 1939 bevond Nederland zich in de periode van de Mobilisatie (vlak voor de Tweede Wereldoorlog), maar de binnenlandse voedselvoorziening en marktlogistiek functioneerden nog volgens de gangbare civiele structuren. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 in de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie.
De "Gecombineerde Tuinbouw-Organisaties" traden hier op als belangenbehartiger of regelgevend orgaan voor de tuinders. Het gebruik van de term "natte tuinders" herinnert aan de historische afhankelijkheid van de Amsterdamse grachten en polderwateren voor het transport van groente en fruit, een praktijk die in 1939 nog volop actueel was ondanks de opkomst van het wegtransport.