Zakelijke brief (kopie/doorslag)
Origineel
Zakelijke brief (kopie/doorslag) 9 maart 1939 Directie van het Marktwezen, Amsterdam-West (Jan van Galenstraat 14) Den Heer H. de Nys, Centrale Markt D 10, Amsterdam-West [Handgeschreven potloodnotitie]: Verzonden 9/3
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN.
AMSTERDAM-West, 9 Maart 1939
Jan van Galenstraat 14.
AAN
No. 64/8/3 M.1939
den Heer H. de Nys,
Centrale Markt D 10,
Amsterdam-West.
In bylage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlyk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zyn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder myn schriftelyke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vooraf met my te verstaan.
De Directeur, Deze brief dient als formele begeleiding bij het toesturen van een geregistreerd huurcontract voor een pakhuisruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De toon is uiterst formeel en zakelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse ambtelijke correspondentie.
De kern van de brief bestaat uit twee belangrijke herinneringen aan de verplichtingen van de huurder:
1. Onderhoudsplicht: De huurder wordt gewezen op artikel 1619 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek, waarin is vastgelegd dat kleine reparaties (zoals aan ruiten en sloten) voor rekening van de huurder komen.
2. Reclamebeperkingen: De huurder mag geen reclame-uitingen of borden plaatsen zonder expliciete schriftelijke toestemming van de directie. Dit duidt op een streng beheer van het uiterlijk en de exploitatie van het marktcomplex. De brief is geschreven in maart 1939, enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en ruim vijf jaar na de opening van de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in 1934. De Centrale Markt was in die tijd het kloppende hart van de Amsterdamse voedselvoorziening.
De "Directie van het Marktwezen" was een gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor het beheer van de marktterreinen. De geadresseerde, de heer H. de Nys, was een van de vele handelaren die een ruimte (pakhuisafdeling D 10) huurden op het terrein. De brief illustreert de strikte regulering waarmee de gemeente Amsterdam haar commerciële vastgoed en de orde op de marktterreinen beheerde. H. de Nys Gemeente Amsterdam Marktwezen