Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 16 maart 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt). [Rechtsboven, handgeschreven:]
M. Müller [?]
[Rechtsboven, getypt:]
G.
[Linksboven, getypt:]
64/12/1 M
n 2
16 Maart 1939.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bylage dezes heb ik de eer U een contract in duplo te doen geworden ten name van M.van Loggem betreffende huur van pakhuisafdeeling no.E 8 op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van dit contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en my het daarna te doen retourneeren; dezerzyds kan dan voor registratie worden zorggedragen.
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven betreffende de verhuur van bedrijfsruimte op de Centrale Markt in Amsterdam. De Directeur van de markt stuurt een huurcontract in tweevoud (duplo) naar de verantwoordelijke wethouder. Het contract staat op naam van M. van Loggem.
De procedure die hier beschreven wordt, volgt de officiële hiërarchie: de directeur stelt het contract op, de wethouder dient het ter ondertekening aan de burgemeester voor te leggen, waarna het teruggestuurd moet worden naar de directie voor de definitieve registratie. Het taalgebruik is uiterst hoffelijk en formeel ("heb ik de eer", "Ik moge U beleefd verzoeken"), passend bij de ambtelijke etiquette van die tijd. De brief dateert van maart 1939, een jaar voor de Duitse inval in Nederland. De Centrale Markt in Amsterdam (geopend in 1934 aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad. Het beheer van de pakhuizen en verkoopruimten was een belangrijke gemeentelijke taak onder toezicht van de Wethouder voor de Levensmiddelen.
De naam van de huurder, M. van Loggem, is een veelvoorkomende Joodse achternaam in Amsterdam. Veel handelaren op de markt waren van Joodse afkomst. Gezien de datum van het document bevindt deze huurder zich op het kantelpunt van de geschiedenis; kort na deze zakelijke overeenkomst zouden de anti-Joodse maatregelen van de bezetter de handel en het leven van Joodse Amsterdammers drastisch en fataal gaan beperken. De handgeschreven naam rechtsboven, "M. Müller", verwijst waarschijnlijk naar een ambtenaar of de directeur zelf die het stuk heeft geparafeerd.