Ambtelijke notitie / adviesbrief.
Origineel
Ambtelijke notitie / adviesbrief. 29 juni 1929. Advies op
brief No 90/32 Mag.
Den Heer Inspecteur.
In verband met het verzoek van P.J. Terpstra
plaats No 109. Maasplein om hem vergunning voor
een assistent te verleenen is m.i geen bezwaar.
Bovenbedoelde plaatshouder heeft meermalen
een extra plaats betaald om assistentie te
krijgen. Nu in verband met druk marktbezoek een
tweede plaats niet meer kan worden toegestaan
vraagt hij een vaste assistent.
A’dam 29/6 29 [Handtekening: M. Burg] * Kern van de zaak: Het document bevat een positief advies aan de Inspecteur betreffende de aanvraag van marktkoopman P.J. Terpstra voor een vaste assistent op zijn standplaats (No. 109) aan het Maasplein.
* Argumentatie: De schrijver voert aan dat Terpstra voorheen simpelweg een extra marktkraam (plaats) huurde om zo extra personeel bij zich te kunnen hebben. Vanwege de toegenomen drukte op de markt is het niet langer toegestaan om extra plaatsen in te nemen voor dit doel. Daarom wordt nu de formele weg bewandeld om een officiële assistent geregistreerd te krijgen.
* Toon: De toon is zakelijk en adviserend ("is m.i [mijns inziens] geen bezwaar").
* Paleografie: Het handschrift is een typisch vroeg-20e-eeuws cursief schrift, goed leesbaar met kenmerkende lussen bij de 'p' en de 'g'. * Locatie: Het Maasplein in de Rivierenbuurt (Amsterdam-Zuid) was in deze periode een actieve marktlocatie voor de snelgroeiende stadsuitbreiding.
* Tijdsgeest: We bevinden ons in juni 1929, vlak voor de grote beurskrach. De Amsterdamse markten floreerden ("druk marktbezoek"), wat leidde tot ruimtegebrek en de noodzaak voor striktere regulering van standplaatsen en personeel.
* Regelgeving: Uit het document blijkt dat marktkooplieden indertijd niet zomaar personeel mochten meenemen; voor een 'assistent' was een officiële vergunning of de huur van een extra standplaats vereist. Dit document illustreert de overgang van een informele oplossing (extra plek huren) naar een formele ambtelijke regeling vanwege schaarste aan openbare ruimte. M. Burg P.J. Terpstra
Samenvatting
- Kern van de zaak: Het document bevat een positief advies aan de Inspecteur betreffende de aanvraag van marktkoopman P.J. Terpstra voor een vaste assistent op zijn standplaats (No. 109) aan het Maasplein.
- Argumentatie: De schrijver voert aan dat Terpstra voorheen simpelweg een extra marktkraam (plaats) huurde om zo extra personeel bij zich te kunnen hebben. Vanwege de toegenomen drukte op de markt is het niet langer toegestaan om extra plaatsen in te nemen voor dit doel. Daarom wordt nu de formele weg bewandeld om een officiële assistent geregistreerd te krijgen.
- Toon: De toon is zakelijk en adviserend ("is m.i [mijns inziens] geen bezwaar").
- Paleografie: Het handschrift is een typisch vroeg-20e-eeuws cursief schrift, goed leesbaar met kenmerkende lussen bij de 'p' en de 'g'.
Historische Context
- Locatie: Het Maasplein in de Rivierenbuurt (Amsterdam-Zuid) was in deze periode een actieve marktlocatie voor de snelgroeiende stadsuitbreiding.
- Tijdsgeest: We bevinden ons in juni 1929, vlak voor de grote beurskrach. De Amsterdamse markten floreerden ("druk marktbezoek"), wat leidde tot ruimtegebrek en de noodzaak voor striktere regulering van standplaatsen en personeel.
- Regelgeving: Uit het document blijkt dat marktkooplieden indertijd niet zomaar personeel mochten meenemen; voor een 'assistent' was een officiële vergunning of de huur van een extra standplaats vereist. Dit document illustreert de overgang van een informele oplossing (extra plek huren) naar een formele ambtelijke regeling vanwege schaarste aan openbare ruimte.