Archief 745
Inventaris 745-310
Pagina 41
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

Het document verwijst naar de periode vanaf 1 januari 1939.

Origineel

Het document verwijst naar de periode vanaf 1 januari 1939. --6--

ringsplichtig bedrijf, waarop de lijst betrekking
heeft.

  1. Premie Ziek- Met ingang van 1 Januari 1939 gold de volgende
    tewet. premie, van het verdiende loon:
    a. . in het algemeen 1.7 %
    b. voor Koffiekamer Raadhuis en cantine-
    bedrijf 2.3 %
    voor Kindervoeding (distributie) 2.3 %
    " de Ziekenhuizen 2.8 %
    " schoonmaakbedrijf 3 %
    " glazenwassersbedrijf 3 %
    " tuinbouwbedrijf 1.9 %
    " huisschildersbedrijf 2 %
    " entrepôt- en veembedrijf,
    laden en lossen 2.3 %
    " confectiebedrijf 2.6 %
    " stucadoorsbedrijf 5.7 %
    " metselaarsbedrijf (onderhoud) 2.4 %
    " het bedrijf van maken van burger-
    lijk bouwkundige werken 3 %
    " timmerlieden- en metselaarsbedrijf
    in nieuwbouw 3 %
    " het bedrijf van aanleg en onder-
    houd van waterwerken, wegen, spoor-
    of tramwegen, riolen, leidingen
    en grondkabels 3 %.
                      Tot 1 Juli 1939 moest deze premie worden berekend
    

    in dier voege, dat alle verzekerden werden geacht
    werkzaam te zijn in het bedrijf, waarvoor het hoog-
    ste loonbedrag is betaald. Dit document betreft de vaststelling van de premies voor de Ziektewet (ZW) voor diverse sectoren, ingaande per 1 januari 1939. De tekst is opgesteld met een schrijfmachine en hanteert een strikt hiërarchische en tabelvormige opmaak.

De kern van de informatie is de differentiatie van de premiepercentages naar risicoklasse of bedrijfssector. Het algemene tarief (1,7%) is het laagst, terwijl specifieke handarbeid en risicovollere sectoren hogere premies kennen. Opvallende uitschieters zijn het stucadoorsbedrijf met 5,7% en de bouwgerelateerde sectoren die veelal rond de 3% liggen.

De slotparagraaf beschrijft een administratieve regel voor de berekening tot 1 juli 1939: wanneer een werknemer voor verschillende loonbedragen in verschillende sectoren werkte, werd voor de premieberekening uitgegaan van de sector met het hoogste loonbedrag. Het document dateert uit de late jaren dertig van de 20e eeuw in Nederland, een periode waarin de sociale zekerheid zich steeds verder kristalliseerde. De Ziektewet, hoewel reeds in 1913 aangenomen, trad pas in 1930 volledig in werking.

De terminologie ("Koffiekamer Raadhuis", "Kindervoeding", "Ziekenhuizen") wijst op een gemeentelijke context, waarschijnlijk het archief van de gemeente Amsterdam of een andere grote stad. Het geeft inzicht in hoe de overheid als werkgever of toezichthouder de uitvoering van sociale wetgeving organiseerde voor zowel kantoorpersoneel als arbeiders in de buitendienst en bouw. De gespecificeerde sectoren weerspiegelen het brede scala aan diensten dat in die tijd door of in opdracht van de gemeente werd uitgevoerd.

Samenvatting

Dit document betreft de vaststelling van de premies voor de Ziektewet (ZW) voor diverse sectoren, ingaande per 1 januari 1939. De tekst is opgesteld met een schrijfmachine en hanteert een strikt hiërarchische en tabelvormige opmaak.

De kern van de informatie is de differentiatie van de premiepercentages naar risicoklasse of bedrijfssector. Het algemene tarief (1,7%) is het laagst, terwijl specifieke handarbeid en risicovollere sectoren hogere premies kennen. Opvallende uitschieters zijn het stucadoorsbedrijf met 5,7% en de bouwgerelateerde sectoren die veelal rond de 3% liggen.

De slotparagraaf beschrijft een administratieve regel voor de berekening tot 1 juli 1939: wanneer een werknemer voor verschillende loonbedragen in verschillende sectoren werkte, werd voor de premieberekening uitgegaan van de sector met het hoogste loonbedrag.

Historische Context

Het document dateert uit de late jaren dertig van de 20e eeuw in Nederland, een periode waarin de sociale zekerheid zich steeds verder kristalliseerde. De Ziektewet, hoewel reeds in 1913 aangenomen, trad pas in 1930 volledig in werking.

De terminologie ("Koffiekamer Raadhuis", "Kindervoeding", "Ziekenhuizen") wijst op een gemeentelijke context, waarschijnlijk het archief van de gemeente Amsterdam of een andere grote stad. Het geeft inzicht in hoe de overheid als werkgever of toezichthouder de uitvoering van sociale wetgeving organiseerde voor zowel kantoorpersoneel als arbeiders in de buitendienst en bouw. De gespecificeerde sectoren weerspiegelen het brede scala aan diensten dat in die tijd door of in opdracht van de gemeente werd uitgevoerd.

Kooplieden in dit dossier 100

A.W. Rijvordt Waterlooplein
A.W. Rijvordt Waterlooplein
Besparing te stellen op Waterlooplein
Besparing te stellen op Waterlooplein
B.F. Peyra Waterlooplein
B.F. Peyra Waterlooplein
C. Bakker 1 Jan. 1940
C.G. de Vries Waterlooplein
C.G. de Vries Waterlooplein
C.F. Sixma Waterlooplein
C.F. Sixma Waterlooplein
C. Hoevers Waterlooplein
C.J. van Moerkerken Waterlooplein
C.J. van Moerkerken Waterlooplein
C.J.L. Lak Waterlooplein
C.J.L. Lak Waterlooplein
C.Müller Waterlooplein
C.Müller Waterlooplein
C. Paats Waterlooplein
C. Paats Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
C. Veerman Waterlooplein
D.H.V. Schiermeier Waterlooplein
D.H.V. Schiermeier Waterlooplein
Dr. A.v.d. Laan Waterlooplein
Dr. A.v.d. Laan Waterlooplein
E.J. Stegeman Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein
F.A. Uitvlugt Waterlooplein
F. de Vries Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6