Dienstmededeling / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstmededeling / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 9 januari 1940. Gemeente Amsterdam (waarschijnlijk de centrale administratie of personeelsdienst). L.
G E M E E N T E A M S T E R D A M
No 66 Arb. 1940 AMSTERDAM, 9 Januari 1940.
De Inspectie der Directe Belastingen heeft het volgende medegedeeld.
Het is, op grond van een beslissing van den Minister van Financiën, aan personeel, dat aanspraken kan ontleenen aan een spaarfonds (by de Gemeente Amsterdam dus de leerling-verplegenden, de schoonmaaksters en de wasch- en kassameisjes by de W.S.B.Z.) in het vervolg niet meer toegestaan het bedrag, dat door haar jaarlyks in een spaarfonds wordt gestort, (thans bedragende 4 % van het salaris of loon) by het verstrekken van haar inkomstenopgave aan de Inspectie der Directe Belastingen, van het loon of salaris af te trekken.
In verband met een overgangsmaatregel zyn hiervan uitgezonderd slechts zy, die op 1 Mei 1937 in dienst waren, op dien datum onder een spaargeldregeling vielen en wier dienstverband na dien datum niet verbroken is geweest. Deze categorie mag dus wel haar bydrage in het Spaarfonds van het genoten loon of salaris aftrekken, echter binnen de daarvoor vastgestelde grenzen, vermeld op het beschryvingsbiljet der Belastingen (onder het hoofd "aftrek voor levensverzekering, begrafenisfonds, enz." mag in totaal 5 % van het netto-inkomen vermeld worden, met een maximum van f. 100.-- en nooit meer dan het werkelyke bedrag).
Verder dient het personeel er rekening mede te houden, dat ook het bedrag (2 of 4 % van het uitbetaalde loon of salaris), dat de Gemeente jaarlyks voor haar personeel in het Spaarfonds stort, ten einde de aanspraken van het personeel op dat fonds te dekken,
Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedryven en Administratiën. * Inhoud: De brief informeert afdelingshoofden over een nieuwe fiscale regel van het Ministerie van Financiën. Werknemers die bijdragen aan een spaarfonds (specifiek genoemd worden leerling-verplegenden, schoonmaaksters en personeel van de W.S.B.Z. — waarschijnlijk de Wassery, Schoonmaak en Bad-Inrichtingen der Ziekenhuizen) mogen deze bijdragen niet langer aftrekken van hun belastbaar inkomen.
* Overgangsregeling: Er is een uitzondering voor personeel dat al vóór 1 mei 1937 in dienst was en onafgebroken aan de regeling heeft deelgenomen. Zij behouden een beperkt recht op aftrek (max. 5% van het inkomen met een plafond van 100 gulden).
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gangbare formele spelling (bijv. 'jaarlyks', 'bedryven', 'zyn' in plaats van 'ij'). Opvallend is het gebruik van het vrouwelijke voornaamwoord "haar" ("door haar jaarlyks... gestort"), wat duidt op de specifieke doelgroepen van destijds (verpleegsters, schoonmaaksters, wasmeisjes).
* Onvolledigheid: De tekst onderaan breekt halverwege een zin af ("...ten einde de aanspraken van het personeel op dat fonds te dekken,"). Dit suggereert dat er oorspronkelijk een tweede pagina was of dat het document niet volledig is gekopieerd. * Historisch kader: Januari 1940 bevindt Nederland zich in de periode van de 'Mobilisatie', enkele maanden voor de Duitse inval in mei 1940. De overheid probeerde in deze tijd de staatsfinanciën strakker te beheren.
* Sociaal-economisch: Het document geeft inzicht in de arbeidsvoorwaarden en de fiscale behandeling van lagere loongroepen bij de gemeente Amsterdam. Het spaarfonds diende waarschijnlijk als een vorm van sociale zekerheid of pensioenopbouw voor tijdelijk personeel of specifieke functiegroepen die niet onder het reguliere ambtenarenpensioen vielen.