Handgeschreven conceptverslag of ambtelijke notitie (kladversie met veel doorhalingen).
Origineel
Handgeschreven conceptverslag of ambtelijke notitie (kladversie met veel doorhalingen). Vermoedelijk eind jaren '30 (gezien de jaartallen 1934-1939 in de tekst). 4)
~~IV~~ V. Verhooging opbrengst marktgelden (dag- en weekmarkten) door uitbreiding ~~van~~ markten, en der uitbreiding electrische verlichting op de markten Albert Cuypstraat en Ten Kate-straat. Meeropbrengst ± f 10 à f 15.000,- ’s jaars (zie bijlage No III)
~~V VII VIII~~ VI. Invoering (in 1932 zal zijn) kraamgeld op de dag- en weekmarkten, (zie bijlage No III) opbrengst rond f 4000.- ’s jaars. ~~bijzonder dat door eenige uitbreiding van personeel tegenover staat, dat dit geld wordt opgebracht.~~
~~VIII IX~~ (Lijkt vervallen) ~~Invoering van een nieuw tarief op de brandstoffenmarkten (met afschaffing van het zgn. aanvoergebeld); opbrengst gestegen als volgt:~~
? opbrengst 1934 (oud tarief) f ....
" 1935 (nieuw tarief) f ....
" 1936
" 1937
" 1938
" 1939 rond ....
~~VII XI~~ VII. Uitbreiding van het aantal vaste standplaatsen buiten de markten van rond 400 op rond 650. Meeropbrengst rond f 8000.- ’s jaars. (zie bijlage No III).
Voor de goede orde merk ik hierbij nog het volgende op, dat slechts die [doorgehaald: onderwerpen, alleen om daarmede aan te tonen, dat de "kop" van mijn dienst zich bijzonder op bijzonder "efficiënt" blijven werken moet leggen. Dit "geacht" ten minste bijzonder voordeel te bieden.]
Slechts die onderwerpen werden hierboven genoemd, waarvan vast staat, dat zij direct financiëel voordeel hebben opgeleverd. Andere onderwerpen en voordelen van kleineren omvang werden niet besproken; uiteraard in dit verband evenmin onderwerpen die tot inkomstenvermindering – door welke oorzaak ook – hebben geleid.
Ten slotte deelde ik U bij bovenbedoelde bespreking nog mede, dat ik van meening ben, dat te eeniger tijd de inkomsten uit markt- en standplaatsgeld niet onbelangrijk kunnen worden verhoogd. Met name het standplaatsgeld en het tarief op niet-electrisch verlichte markten komen m.i. voor verhooging in aanmerking. Ter staving van.... Het document is een werkversie van een financieel rapport over de Amsterdamse markten in de jaren '30. De auteur (waarschijnlijk een ambtenaar of hoofdadministrateur van de marktdienst) kwantificeert de extra inkomsten die zijn gegenereerd door modernisering en uitbreiding.
Opvallende punten:
* Modernisering: Er wordt expliciet een verband gelegd tussen de introductie van elektrische verlichting op de Albert Cuyp en Ten Kate-markt en de verhoging van de marktgelden.
* Inkomsten: De bedragen (f 10.000 tot f 15.000) zijn voor die tijd aanzienlijk.
* Efficiëntie: De tekst bevat een zelfbewuste passage (hoewel deels doorgehaald) over het "efficiënt" werken van de dienst. De auteur kiest er bewust voor om alleen de succesverhalen (de winsten) te rapporteren en de verliezen buiten beschouwing te laten.
* Toekomstvisie: Er wordt geopperd dat de tarieven voor standplaatsen en niet-verlichte markten in de toekomst nog verder omhoog kunnen. Dit document bevindt zich in de context van de economische crisis van de jaren '30 en de daaropvolgende periode van herstel. Gemeenten zochten naarstig naar manieren om de begroting sluitend te krijgen. De Amsterdamse markten waren (en zijn) een belangrijke bron van inkomsten voor de stad.
De genoemde markten:
* Albert Cuypstraat: De bekendste markt van Amsterdam (De Pijp), die in deze periode definitief haar vorm kreeg als dagmarkt.
* Ten Kate-straat: Een belangrijke markt in Amsterdam-West (Oud-West).
De verwijzing naar "brandstoffenmarkten" herinnert aan een tijd waarin kolen en hout nog de primaire brandstoffen waren voor huishoudens en centraal op markten werden verhandeld. De overgang van "oud tarief" naar "nieuw tarief" tussen 1934 en 1935 duidt op een reorganisatie van het marktwezen in die jaren.