Ambtelijke correspondentie/memorandum.
Origineel
Ambtelijke correspondentie/memorandum. 29 juli 1940 (met handgeschreven aantekening "verzonden 30/7"). Onbekend (waarschijnlijk een afdelingshoofd binnen de gemeente Amsterdam), met handgeschreven parafen van "M. Müller" en "W. v. Duinhoven". Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven rechtsboven:]
M. Müller
W. v. Duinhoven
[Linkermarge:]
8A/98/1 M
[Midden boven, handgeschreven:]
verzonden 30/7
[Rechtsmarge:]
VP/G.
29 Juli 1940.
Vaste aanstelling als contrôleur van twee reservisten en één tydelyken ambtenaar.
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Krachtens Besluiten van Burgemeester en Wethouders d.d. 7 October 1938 (No.29/29 L.M.1938) en d.d. 11 Augustus 1939 (No.29/16 L.M.1939) is de vaste aanstelling als contrôleur bij het Marktwezen van de reservisten J.C.N.Helsloot (G.A.R.No.8376) en A.H.Klaassens (G.A.R.No.620) telkens voor den tyd van ten hoogste een jaar uitgesteld. De voornoemde reservisten zyn thans respectievelyk op 12 en 15 Augustus a.s., sedert vyf jaren als contrôleur werkzaam. Naar myn meening bestaat, in verband met het aantal beschikbare contrôleurs, geen reden om hun vaste aanstelling nog langer uit te stellen.
In dit verband breng ik den brief d.d. 11 April jl. (No.29/3 L.M.1940/No.79 Fin.1940) in herinnering, waarin de Bedryfseconomische Adviseur, naar aanleiding van het voorstel tot vaste aanstelling van den contrôleur C.L.J.Lak, vervat in myn rapport d.d. 16 Januari jl. (No.8/101/24 M) mededeelde, dat in overleg met my het bedoelde voorstel voorloopig kon worden ingetrokken, aangezien ik nog eens zou nagaan of ten deze besparing kan worden verkregen. Ik ben thans van meening, dat inkrimping van het aantal contrôleurs niet mogelyk is, weshalve ik voorstel zoowel Helsloot en Klaassens als ook Lak voor een vaste aanstelling in aanmerking te doen komen. Ten aanzien van Lak zou deze aanstelling byvoorbeeld op 15 Augustus a.s. kunnen ingaan; met betrekking tot hem berichtte de Voorzitter van den Capitulantenraad bereids op 24 Januari jl. (onder No.100 b.Arb.1940), dat by dien raad tegen de bedoelde vaste aanstelling geen bezwaar bestaat.
Overeenkomstig het bepaalde sub B 1 in het Besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 12 Februari 1937 (No. 1210 Arb.1936/No.837 L.M.1936) houdende Regelen tot uitvoering der Capitulantenverordening, is den Directeur der afdeeling Arbeidszaken van het vorenstaande, voor zoover dit op Helsloot en Klaassens betrekking heeft, kennis gegeven, waarbij is voorgesteld artikel 3 sub a dier Verordening toe te passen, aangezien Helsloot en Klaassens voornoemd, die... [tekst breekt af] * Inhoud: De brief is een formeel verzoek om drie tijdelijke functionarissen bij de gemeentelijke dienst Marktwezen een vast dienstverband aan te bieden. Het gaat om twee 'reservisten' (Helsloot en Klaassens) en een 'tijdelijk ambtenaar' (Lak).
* Personeelsbeleid: De documentatie toont aan dat vaste aanstellingen in die tijd herhaaldelijk voor periodes van een jaar werden uitgesteld, mogelijk uit budgettaire overwegingen. Er is expliciet onderzoek gedaan naar mogelijke "besparing" door "inkrimping" van het aantal controleurs, maar de conclusie is dat dit niet haalbaar is.
* Terminologie:
* Marktwezen: De gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor de organisatie en controle van markten.
* Contrôleur: Een beambte die toezicht houdt op de naleving van regels op de markt.
* Capitulantenverordening: Dit betrof regelingen voor de tewerkstelling van 'capitulanten' (voormalige beroepsmilitairen die na hun diensttijd recht hadden op een voorkeurspositie bij overheidsbanen).
* L.M. / Arb. / Fin.: Afkortingen voor de betrokken afdelingen: Levensmiddelen, Arbeidszaken en Financiën. Dit document dateert van 29 juli 1940, slechts enkele maanden na de Duitse inval en het begin van de bezetting van Nederland. Hoewel het land onder bezettingsbestuur stond, bleven de gemeentelijke bureaucratie en de civiele administratie (zoals de Dienst der Levensmiddelen) grotendeels op de oude voet doorfunctioneren.
De brief illustreert de continuïteit van de normale ambtelijke procedures: men beroept zich op besluiten uit 1937, 1938 en 1939. De zorg voor de voedselvoorziening en het toezicht op markten was tijdens de oorlog cruciaal vanwege de invoering van distributie en de dreigende schaarste. Het aanstellen van ervaren controleurs (die er al vijf jaar werkten) was daarom van groot belang voor de handhaving van de openbare orde en de economische stabiliteit in de stad Amsterdam.