Handgeschreven financiële berekening / kladnota.
Origineel
Handgeschreven financiële berekening / kladnota. [1] Aansluiting ten Waterstaat
[2] kosten ƒ 6800.-
[3] afschr. 10 %
[4] rente p. j. 2 %
[5] ————————
[6] 12 % van ƒ 6800.- = ƒ 816
[7]
[8] Kosten sneeuwberuiming
[9] onderhoud + stroom
[10] (naar ƒ 713.- per 250
[11] plaatsen) voor
[12] 25 plaatsen . . . ƒ 71.30
[13] divers. etc . . . ƒ 12.70
[14] ———————— ———————
[15] Totaal ƒ 900.-
[16]
[17] 25 plaatsen indien geregeld als
[18] werkplaats biedt opbrengst extra
[19] per jaar (voor verhuring)
[20] 52 x 25 x ƒ -,75 ƒ 975.-
[21] ———————————————————————
[22] 20 x 52 x ƒ 0,75 ƒ 780,-
[23]
[24] nog minder, want de stookperiode
[25] gaat eraf. Bovendien de vraag, of de losse koopl.
[26] (huurders) wel ƒ 0,75 zullen betalen. * Investeringskosten: Er wordt uitgegaan van een initiële investering van ƒ 6800,- voor een aansluiting (mogelijk elektra of water via de Waterstaat). Hierover wordt 10% afschrijving en 2% rente berekend (totaal 12%, zijnde ƒ 816,- per jaar).
* Exploitatiekosten: De jaarlijkse vaste kosten worden afgerond op ƒ 900,-, bestaande uit de kapitaallasten (ƒ 816,-) plus een aandeel in onderhoud, stroom, sneeuwruimen en diversen (ƒ 84,-).
* Inkomsten: De auteur berekent de potentiële opbrengst van 25 plaatsen tegen een huurprijs van ƒ 0,75 per week. Bij volledige bezetting (52 weken) levert dit ƒ 975,- op. Bij een lagere bezetting (20 plaatsen) is dit ƒ 780,-.
* Kanttekeningen: De auteur is sceptisch over de haalbaarheid. Hij merkt op dat de opbrengst lager zal uitvallen omdat de "stookperiode" (stookkosten) van de winst afgaat en hij betwijfelt of de huurders ("koopl." oftewel kooplui) bereid zijn het bedrag van ƒ 0,75 te betalen. Dit document lijkt een interne werkaantekening of een voorbereidende calculatie voor een ondernemer of marktmeester. Het gebruik van termen als "Waterstaat" en "sneeuwberuiming" suggereert een fysieke locatie zoals een markthal, overdekte stalling of een serie werkplaatsen die verwarmd moeten worden ("stookperiode"). De focus ligt op het bepalen of de huurprijs de gemaakte investerings- en onderhoudskosten kan dekken.
Samenvatting
- Investeringskosten: Er wordt uitgegaan van een initiële investering van ƒ 6800,- voor een aansluiting (mogelijk elektra of water via de Waterstaat). Hierover wordt 10% afschrijving en 2% rente berekend (totaal 12%, zijnde ƒ 816,- per jaar).
- Exploitatiekosten: De jaarlijkse vaste kosten worden afgerond op ƒ 900,-, bestaande uit de kapitaallasten (ƒ 816,-) plus een aandeel in onderhoud, stroom, sneeuwruimen en diversen (ƒ 84,-).
- Inkomsten: De auteur berekent de potentiële opbrengst van 25 plaatsen tegen een huurprijs van ƒ 0,75 per week. Bij volledige bezetting (52 weken) levert dit ƒ 975,- op. Bij een lagere bezetting (20 plaatsen) is dit ƒ 780,-.
- Kanttekeningen: De auteur is sceptisch over de haalbaarheid. Hij merkt op dat de opbrengst lager zal uitvallen omdat de "stookperiode" (stookkosten) van de winst afgaat en hij betwijfelt of de huurders ("koopl." oftewel kooplui) bereid zijn het bedrag van ƒ 0,75 te betalen.
Historische Context
Dit document lijkt een interne werkaantekening of een voorbereidende calculatie voor een ondernemer of marktmeester. Het gebruik van termen als "Waterstaat" en "sneeuwberuiming" suggereert een fysieke locatie zoals een markthal, overdekte stalling of een serie werkplaatsen die verwarmd moeten worden ("stookperiode"). De focus ligt op het bepalen of de huurprijs de gemaakte investerings- en onderhoudskosten kan dekken.