Ambtelijk rapport/brief.
Origineel
Ambtelijk rapport/brief. 3 mei 1940 (met latere kanttekeningen van 18 mei en 30 mei 1940). Vermoedelijk een marktmeester of opzichter (ondertekening onduidelijk, mogelijk Mouchet). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen, Amsterdam. [Stempel linksboven:] Nº 45 / 5 /
[Stempel rechtsboven:] M. 1940 30/5
[Ronde stempel tekst:] besproken met [onleesbaar]
Onderwerp:
Tijdelijke inlevering
verlichtingsmateriaal
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier
Rapport.
Op 19 Mrt '40 deed ik U een rapport
toekomen over namen van kooplieden, die
langdurig (meer dan een half jaar) van deze
markt afwezig zijn, waarbij Uw medewer-
king werd verzocht om te bewerkstelligen
dat het verlichtingsmateriaal tijdelijk wordt
ingenomen.
Tot heden heeft geen der genoemde kooplie-
den het bedoelde materiaal ingeleverd.
Toch acht ik het in het belang eener
goede verzorging, doch nog meer om een
algehele verdwijning te voorkomen, het-
geen uiteindelijk een schadepost voor
Marktwezen wordt, dat het materiaal
wordt ingenomen.
Verzoeke medewerking U.G.
[Linksonder in ander handschrift:]
Zijn mededeelingen aan
kooplieden verzonden ??
18-5-40
[Handtekening, mogelijk deBoer]
[Rechtsonder:]
Amst. 3 Mei '40
[Handtekening] * Taalgebruik: Het document is geschreven in formeel, ambtelijk Nederlands ("eener goede verzorging", "hetgeen uiteindelijk"). Het getuigt van een strikte bureaucratische procedure binnen de gemeentelijke diensten van Amsterdam.
* Inhoud: De rapporteur maakt zich zorgen over gemeentelijk eigendom (verlichtingsmateriaal, zoals lampen of bekabeling voor marktkramen). Kooplieden die al meer dan een half jaar hun plek op de markt niet hebben ingenomen, hebben dit materiaal nog steeds in hun bezit. Er wordt gevreesd voor verlies of diefstal ("algehele verdwijning"), wat een financiële schadepost voor de dienst Marktwezen zou betekenen.
* Administratieve gang: De brief toont de trage voortgang van de bureaucratie: een eerste rapport in maart leidde niet tot resultaat, waarna in mei dit rappel volgt. De krabbel linksonder vraagt zich op 18 mei af of de kooplieden überhaupt wel op de hoogte zijn gesteld. * Historisch tijdsbestek: De datering is zeer saillant: 3 mei 1940 is slechts een week voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De kanttekening van 18 mei is geplaatst vlak na de capitulatie. Dit laat zien dat de civiele administratie en het beheer van de Amsterdamse markten simpelweg doorliepen tijdens en direct na de gevechtshandelingen.
* Marktwezen: Het Amsterdamse Marktwezen was (en is) een streng gereguleerd orgaan. In de jaren '40 was de organisatie verantwoordelijk voor de orde op markten zoals de Albert Cuyp of de Dappermarkt. Materiaalbeheer was cruciaal, zeker met de economische schaarste en de naderende bezettingstijd waarin goederen steeds schaarser zouden worden.
* Verlichting: De noodzaak om verlichtingsmateriaal in te nemen had mogelijk ook te maken met de verduisteringsvoorschriften die al vóór de inval van kracht waren gegaan, hoewel de brief hoofdzakelijk spreekt over diefstalpreventie en financieel beheer.