Archiefdocument
Origineel
Naam v. d. opgeroepene: P. J. Olsson (Prinsengracht)
Opgeroepen op: dag 14/11 tusschen 9 1/2 en 12
of op: dag 13/11 tusschen 9 en 10
Artikel 11 b/c datum van ingang: 23-5-40
Gesproken met: (23-11-40)
Opgekomen: [niet ingevuld]
Aanteekeningen: Is sedert 2 Augustus in Duitschland, Hamburg.
Opmerkingen betrokkene: Verzoekt plaats aan te houden. Komt met kerstmis met verlof.
Advies: Voorloopige afwijzing blijft gehandhaafd. [doorgehaalde regel]
m. i. intrekken: 13-11-40 de Boer
Accoord, De Directeur,: [handtekening] Het document bevat de volgende kerngegevens:
* Persoon: P. J. Olsson, wonend aan de Prinsengracht (waarschijnlijk in Amsterdam).
* Status: Er wordt verwezen naar "Artikel 11 b/c", wat vermoedelijk een verwijzing is naar de toenmalige wetgeving omtrent werkloosheidssteun of de verplichting tot arbeidsinzet. De ingangsdatum 23-5-40 ligt vlak na de Nederlandse capitulatie.
* Situatie: Olsson bevindt zich sinds 2 augustus 1940 in Hamburg, Duitsland. In deze vroege fase van de oorlog vertrokken Nederlanders vaak nog "vrijwillig" naar Duitsland voor werk vanwege de grote werkloosheid in Nederland.
* Verzoek: De betrokkene wil dat zijn "plaats" (status of recht op uitkering in Nederland) behouden blijft terwijl hij in het buitenland werkt. Hij verwacht in de kerstperiode met verlof naar Nederland te komen.
* Besluit: De ambtenaar (De Boer) adviseert de aanvraag in te trekken en de voorlopige afwijzing te handhaven. De directeur heeft dit geaccordeerd. Tijdens de Duitse bezetting werden de Nederlandse arbeidsmarkt en sociale voorzieningen strak gereguleerd. Nederlandse mannen werden geregistreerd en opgeroepen voor werk, aanvankelijk via verleiding en economische druk (zoals het stopzetten van de steun bij weigering), en later via de gedwongen Arbeidseinsatz. Dit document illustreert hoe de Nederlandse bureaucratie de bewegingen en status van burgers in de vroege bezettingsjaren nauwgezet bleef administratief verwerken. J. Olsson
Samenvatting
Het document bevat de volgende kerngegevens:
* Persoon: P. J. Olsson, wonend aan de Prinsengracht (waarschijnlijk in Amsterdam).
* Status: Er wordt verwezen naar "Artikel 11 b/c", wat vermoedelijk een verwijzing is naar de toenmalige wetgeving omtrent werkloosheidssteun of de verplichting tot arbeidsinzet. De ingangsdatum 23-5-40 ligt vlak na de Nederlandse capitulatie.
* Situatie: Olsson bevindt zich sinds 2 augustus 1940 in Hamburg, Duitsland. In deze vroege fase van de oorlog vertrokken Nederlanders vaak nog "vrijwillig" naar Duitsland voor werk vanwege de grote werkloosheid in Nederland.
* Verzoek: De betrokkene wil dat zijn "plaats" (status of recht op uitkering in Nederland) behouden blijft terwijl hij in het buitenland werkt. Hij verwacht in de kerstperiode met verlof naar Nederland te komen.
* Besluit: De ambtenaar (De Boer) adviseert de aanvraag in te trekken en de voorlopige afwijzing te handhaven. De directeur heeft dit geaccordeerd.
Historische Context
Tijdens de Duitse bezetting werden de Nederlandse arbeidsmarkt en sociale voorzieningen strak gereguleerd. Nederlandse mannen werden geregistreerd en opgeroepen voor werk, aanvankelijk via verleiding en economische druk (zoals het stopzetten van de steun bij weigering), en later via de gedwongen Arbeidseinsatz. Dit document illustreert hoe de Nederlandse bureaucratie de bewegingen en status van burgers in de vroege bezettingsjaren nauwgezet bleef administratief verwerken.