Administratieve registratiekaart / Oproepkaart.
Origineel
Administratieve registratiekaart / Oproepkaart. November 1940. Gedrukte tekst is weergegeven in normaal lettertype, handgeschreven toevoegingen zijn gecursiveerd.
Naam v. d. opgeroepene: J. v. d. Kar (Alb. Cuypstr.)
Opgeroepen op: dag 6/11 tusschen 9 ½ en 12
of op: dag 8/11 tusschen 9 en 10
Artikel 11 b/c datum van ingang 10-5-40
Gesproken met: [blanco] (10-11-40)
Opgekomen: [blanco]
Aanteekeningen: [blanco]
Opmerkingen betrokkene: Is in werkverschaffing
Zal voorloopig wel in werkverschaffing
blijven.
Advies: intrekken 6/11/40
detto [mogelijk: ditto]
[Onderaan bevindt zich een blok doorgehaalde handgeschreven tekst, waaronder mogelijk een adresverwijzing "aan de Gem. Amsterdam"]
Accoord, De Directeur, [Handtekening] * Persoonsgegevens: De kaart betreft J. van der Kar, woonachtig aan de Albert Cuypstraat in Amsterdam. Gezien de naam en locatie is het zeer waarschijnlijk dat dit een lid van de Joodse gemeenschap in Amsterdam betreft.
* Wetgeving: Er wordt verwezen naar "Artikel 11 b/c" met een ingangsdatum van 10 mei 1940 (de dag van de Duitse inval). Dit artikel hield waarschijnlijk verband met de rechtspositie of registratie van (ex-)militairen of dienstplichtigen direct na de capitulatie.
* Besluitvorming: De betrokkene werd opgeroepen voor begin november 1940, maar de oproep werd ingetrokken ("intrekken"). De reden hiervoor is dat hij werkzaam was in de "werkverschaffing" (door de overheid georganiseerde tewerkstelling voor werklozen). Omdat hij reeds onder de hoede van een overheidsinstantie werkte, verviel de noodzaak voor deze specifieke oproep.
* Datering: Het document toont de administratieve continuïteit in de maanden direct na de inval, waarbij Nederlandse ambtenaren (onder toezicht van de bezetter) de administratie van de bevolking en arbeidsinzet bijhielden. Dit document is een voorbeeld van de bureaucratische processen in het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden duizenden mannen geregistreerd voor de arbeidsinzet of in het kader van de demobilisatie van het Nederlandse leger. De Albert Cuypstraat bevond zich in de wijk De Pijp, een buurt die in 1940 een significante Joodse populatie kende. De werkverschaffing, die al voor de oorlog bestond om de grote werkloosheid aan te pakken, werd door de bezetter voortgezet en later getransformeerd tot instrumenten voor gedwongen tewerkstelling. De handtekening van "De Directeur" onder het "Accoord" getuigt van de officiële afhandeling van dit dossier op gemeentelijk of provinciaal niveau. J. v. d. Kar
Samenvatting
- Persoonsgegevens: De kaart betreft J. van der Kar, woonachtig aan de Albert Cuypstraat in Amsterdam. Gezien de naam en locatie is het zeer waarschijnlijk dat dit een lid van de Joodse gemeenschap in Amsterdam betreft.
- Wetgeving: Er wordt verwezen naar "Artikel 11 b/c" met een ingangsdatum van 10 mei 1940 (de dag van de Duitse inval). Dit artikel hield waarschijnlijk verband met de rechtspositie of registratie van (ex-)militairen of dienstplichtigen direct na de capitulatie.
- Besluitvorming: De betrokkene werd opgeroepen voor begin november 1940, maar de oproep werd ingetrokken ("intrekken"). De reden hiervoor is dat hij werkzaam was in de "werkverschaffing" (door de overheid georganiseerde tewerkstelling voor werklozen). Omdat hij reeds onder de hoede van een overheidsinstantie werkte, verviel de noodzaak voor deze specifieke oproep.
- Datering: Het document toont de administratieve continuïteit in de maanden direct na de inval, waarbij Nederlandse ambtenaren (onder toezicht van de bezetter) de administratie van de bevolking en arbeidsinzet bijhielden.
Historische Context
Dit document is een voorbeeld van de bureaucratische processen in het eerste jaar van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden duizenden mannen geregistreerd voor de arbeidsinzet of in het kader van de demobilisatie van het Nederlandse leger. De Albert Cuypstraat bevond zich in de wijk De Pijp, een buurt die in 1940 een significante Joodse populatie kende. De werkverschaffing, die al voor de oorlog bestond om de grote werkloosheid aan te pakken, werd door de bezetter voortgezet en later getransformeerd tot instrumenten voor gedwongen tewerkstelling. De handtekening van "De Directeur" onder het "Accoord" getuigt van de officiële afhandeling van dit dossier op gemeentelijk of provinciaal niveau.