Administratieve oproep- of registratiekaart (mogelijk van een Gewestelijk Arbeidsbureau).
Origineel
Administratieve oproep- of registratiekaart (mogelijk van een Gewestelijk Arbeidsbureau). [Linksboven, potlood:] Sloterdijkstr 11^I
[Linksboven, blauwkrijt markering:] a/x [gestileerd]
[Bovenaan gecentreerd/rechts:] J. H. Kampers Lindengracht
Naam v. d. opgeroepene J. H. Kampers
Opgeroepen op .................... dag .................... tusschen .......... en ..........
of op .................... dag .................... tusschen .......... en ..........
Artikel 11 b/c datum van ingang 4 - 11 - 39
Gesproken met ............................................................ [daarboven in potlood:] p 2/10
Opgekomen ............................................................
[Rechtsmidden, diagonaal geschreven:] oproep 26-9-40 de Haer
Aanteekeningen Tot ons heden niet gekomen [daaronder:] Vinn 25/8 40
Opmerkingen betrokkene Is thans nog in werkverschaf-
fing. Thans 11 weken in werkverruiming.
Samenlijk 13 weken. Enig zoon.
Advies m. i. geen bezwaar. [rechts daarvan:] 10-7-40 de Haer
[Onderaan links, zwaar doorgehaalde tekst in inkt]
[Onderaan rechts, groot geschreven:] 10.7
Accoord, De Directeur,
[Handtekening:] Dr. A. J. Haas Dit document is een administratief verslag betreffende de oproep van de heer J.H. Kampers, woonachtig in de Jordaan (Lindengracht) en later de Staatsliedenbuurt (Sloterdijkstraat) te Amsterdam.
* Artikel 11 b/c: Dit verwijst waarschijnlijk naar een specifieke bepaling in de toenmalige wetgeving omtrent arbeidsinzet of militaire dienstplicht tijdens de mobilisatieperiode (november 1939).
* Werkverschaffing: Uit de aantekeningen blijkt dat Kampers werkzaam was in de werkverschaffing en werkverruiming, overheidsprogramma's uit de crisisjaren 30 om werklozen aan de slag te houden.
* Vrijstelling/Uitstel: Er wordt expliciet vermeld dat hij "Enig zoon" is, wat in die tijd vaak een reden was voor uitstel of vrijstelling van bepaalde plichten.
* Verloop: De kaart toont dat hij aanvankelijk niet is komen opdagen ("Tot ons heden niet gekomen" in augustus 1940). Uiteindelijk lijkt de directeur op 10 juli 1940 akkoord te zijn gegaan met een advies van "geen bezwaar", mogelijk met betrekking tot uitstel van een nieuwe oproep. Het document bevindt zich op het breukvlak van de Nederlandse mobilisatie (eind 1939) en het begin van de Duitse bezetting (mei 1940). De Nederlandse bureaucratie, zoals de Arbeidsbeurzen, bleef in de eerste maanden van de bezetting grotendeels op de oude voet doorfunctioneren. De termen "werkverschaffing" en de focus op gezinssituaties zoals "enig zoon" zijn typerend voor de sociale en juridische context van die tijd. De latere aantekening van september 1940 ("oproep 26-9-40") suggereert dat het dossier ook onder de nieuwe machtsverhoudingen actueel bleef. H. Kampers J. Haas J.H. Kampers
Samenvatting
Dit document is een administratief verslag betreffende de oproep van de heer J.H. Kampers, woonachtig in de Jordaan (Lindengracht) en later de Staatsliedenbuurt (Sloterdijkstraat) te Amsterdam.
* Artikel 11 b/c: Dit verwijst waarschijnlijk naar een specifieke bepaling in de toenmalige wetgeving omtrent arbeidsinzet of militaire dienstplicht tijdens de mobilisatieperiode (november 1939).
* Werkverschaffing: Uit de aantekeningen blijkt dat Kampers werkzaam was in de werkverschaffing en werkverruiming, overheidsprogramma's uit de crisisjaren 30 om werklozen aan de slag te houden.
* Vrijstelling/Uitstel: Er wordt expliciet vermeld dat hij "Enig zoon" is, wat in die tijd vaak een reden was voor uitstel of vrijstelling van bepaalde plichten.
* Verloop: De kaart toont dat hij aanvankelijk niet is komen opdagen ("Tot ons heden niet gekomen" in augustus 1940). Uiteindelijk lijkt de directeur op 10 juli 1940 akkoord te zijn gegaan met een advies van "geen bezwaar", mogelijk met betrekking tot uitstel van een nieuwe oproep.
Historische Context
Het document bevindt zich op het breukvlak van de Nederlandse mobilisatie (eind 1939) en het begin van de Duitse bezetting (mei 1940). De Nederlandse bureaucratie, zoals de Arbeidsbeurzen, bleef in de eerste maanden van de bezetting grotendeels op de oude voet doorfunctioneren. De termen "werkverschaffing" en de focus op gezinssituaties zoals "enig zoon" zijn typerend voor de sociale en juridische context van die tijd. De latere aantekening van september 1940 ("oproep 26-9-40") suggereert dat het dossier ook onder de nieuwe machtsverhoudingen actueel bleef.