Administratieve rapportagekaart of dossiernotitie betreffende sociale bijstand.
Origineel
Administratieve rapportagekaart of dossiernotitie betreffende sociale bijstand. 7 november 1939. M. Garman is gehuwd en heeft een
dochter van 27 jaar. De man, 52 j. oud
heeft vroeger met scheermessen e.d. gevent
en geniet thans onderstand krachtens
de Armenwet tot een bedrag van 13.00 p.w.
en den brandstoffentoeslag. De wisselende
verdiensten van de dochter worden wekelijks
op den steun in mindering gebracht.
De woninghuur bedraagt f 7.20 p.w. Betrokkene
wil gaarne tegen het voorjaar trachten met
handel iets te verdienen.
(Margenotities rechts, verticaal geschreven):
7/11 '39
voorgesteld.
no. 17/2/8 M
15' 39 NL s.
12 15/2 LM 39
aanhouding
wil in voorjaar
varen Dit document biedt een inkijkje in de werking van de Nederlandse armenzorg aan het einde van de jaren '30. De heer Garman, voorheen werkzaam als 'venter' (rondreizend verkoper) van scheermessen, is op 52-jarige leeftijd afhankelijk geworden van de 'onderstand' (bijstand). Opmerkelijk is de hoge huurdruk: van de 13 gulden steun per week gaat meer dan de helft (f 7,20) op aan huur. Bovendien wordt het principe van de gezinstoets toegepast: de verdiensten van de volwassen, inwonende dochter worden direct ingehouden op de uitkering van de vader. De notitie sluit af met een positieve intentie van de betrokkene om weer aan het werk te gaan, wat gebruikelijk was in dergelijke maatschappelijke rapportages om de 'werkwilligheid' aan te tonen. Het document dateert uit november 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Armenwet van 1912, waarnaar in de tekst wordt verwezen, was toen nog de basis voor sociale hulpverlening. Deze wet was sober en gebaseerd op het principe dat steunverlening door de overheid pas aan de orde kwam als familie of kerkelijke instanties niet konden bijspringen. De afkortingen in de marge ("LM 39") zouden kunnen refereren aan administratieve classificaties of mogelijk de Landmacht, gezien de datum. De term "varen" in de marge suggereert dat Garman wellicht ervaring had in de scheepvaart of overwoog de kost te verdienen als opvarende zodra het seizoen verbeterde. Garman (De heer) M. Garman
Samenvatting
Dit document biedt een inkijkje in de werking van de Nederlandse armenzorg aan het einde van de jaren '30. De heer Garman, voorheen werkzaam als 'venter' (rondreizend verkoper) van scheermessen, is op 52-jarige leeftijd afhankelijk geworden van de 'onderstand' (bijstand). Opmerkelijk is de hoge huurdruk: van de 13 gulden steun per week gaat meer dan de helft (f 7,20) op aan huur. Bovendien wordt het principe van de gezinstoets toegepast: de verdiensten van de volwassen, inwonende dochter worden direct ingehouden op de uitkering van de vader. De notitie sluit af met een positieve intentie van de betrokkene om weer aan het werk te gaan, wat gebruikelijk was in dergelijke maatschappelijke rapportages om de 'werkwilligheid' aan te tonen.
Historische Context
Het document dateert uit november 1939, de periode van de mobilisatie in Nederland vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Armenwet van 1912, waarnaar in de tekst wordt verwezen, was toen nog de basis voor sociale hulpverlening. Deze wet was sober en gebaseerd op het principe dat steunverlening door de overheid pas aan de orde kwam als familie of kerkelijke instanties niet konden bijspringen. De afkortingen in de marge ("LM 39") zouden kunnen refereren aan administratieve classificaties of mogelijk de Landmacht, gezien de datum. De term "varen" in de marge suggereert dat Garman wellicht ervaring had in de scheepvaart of overwoog de kost te verdienen als opvarende zodra het seizoen verbeterde.