Ambtelijke brief/memorandum (doorslag van een getypt document).
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum (doorslag van een getypt document). 5 februari 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst), mede ondertekend door de Secretaris. [Rechtsboven handgeschreven:] Ten K. de Kaer.
[Links:]
VP/DV.
17/1/1 M.
n 4
Toepassing artikel 11c
Reglement op de Markten.
[Midden handgeschreven:] Verzonden 5/2 - '40.
[Rechts:] 5 Februari 1940.
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d.
20 December jl. om advies ontvangen stukken No. 152 L.M.1939
heb ik de eer U te berichten, dat ik mij vereenig met het voor-
stel van mijn ambtgenoot voor Maatschappelijken Steun om een aan-
tal door hem genoemde marktplaatsen van personen, die reeds
meer dan zes maanden volledige ondersteuning ontvangen, nog
niet in te trekken. Ik vertrouw evenwel, dat in het aanstaande
voorjaar een definitieve beslissing omtrent de intrekking zal
worden genomen, indien de belanghebbende kooplieden dan nog
niet van de plaatsen gebruik maken.
De Directeur,
Accoord met door Directeur
geparafeerde minute.
De Secretaris: * Inhoud: De brief betreft een beleidsbeslissing over de toewijzing van marktplaatsen. De directeur adviseert de wethouder om marktvergunningen van kooplieden die al langer dan zes maanden in de bijstand ("volledige ondersteuning") zitten, voorlopig nog niet in te trekken. Er wordt echter wel een voorbehoud gemaakt: in het voorjaar zal opnieuw worden gekeken of de kooplieden hun plaatsen daadwerkelijk weer gaan gebruiken; zo niet, dan volgt alsnog intrekking.
* Bestuurlijk proces: Het document toont de afstemming tussen verschillende gemeentelijke afdelingen (Maatschappelijke Steun en de Marktdienst) en de politieke verantwoordelijke (Wethouder voor de Levensmiddelen). Het gebruik van termen als "kantbrief" en "geparafeerde minute" wijst op een formele, hiërarchische ambtelijke cultuur.
* Toon: Formeel en eerbiedig ("heb ik de eer U te berichten"), typerend voor de vooroorlogse ambtelijke correspondentie. * Historische periode: Geschreven in februari 1940, tijdens de mobilisatieperiode en vlak voor de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Hoewel de oorlogsdreiging groot was, ging de normale ambtelijke bedrijfsvoering in Nederland nog gewoon door.
* Sociaal-economisch: De term "Maatschappelijken Steun" verwijst naar het toenmalige stelsel van armenzorg en sociale bijstand. In de nasleep van de crisisjaren 30 probeerde de overheid mensen die steun ontvingen aan te moedigen om via kleinschalige handel (marktplaatsen) weer zelfvoorzienend te worden. Deze brief getuigt van een zekere mate van clementie: men gunt de steuntrekkers nog een winter de tijd voordat hun marktplaats wordt afgenomen.
* Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze specifieke wethouderspost (vaak gekoppeld aan Marktwezen) was in die tijd cruciaal voor de distributie en voedselvoorziening in grote steden, zeker met het oog op de naderende schaarste door internationale spanningen.