Handgeschreven conceptbrief of ambtelijk memorandum.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of ambtelijk memorandum. 2 augustus 1940 (genoteerd als 2/8 40). [In de linkermarge:]
dat marktvrij waren viel de marktplaatsen van de de bedoelde
[Hoofdtekst:]
In verband met de groote vraag naar plaatsen op de markten dring ik er op aan [doorgehaald: om over te gaan tot intrekking der rechten van] personen, die allen reeds veel langer dan 6 maanden in steen zijn, in te trekken.
Het is een ernstige klacht, dat kooplieden, die regelmatig de markten bezoeken, niet voor een vaste plaats in aanmerking kunnen komen, omdat teveel plaatsen voor kooplieden, die reeds zeer lang in steen zijn, worden gereserveerd.
Voorts heb ik de eer U in bijlage II een opgave te doen toekomen van [doorgehaald: bovenstaande] personen, die reeds vroeger door mij zijn voorgesteld voor intrekking op grond van art. 11 sub c van het R.W.M. [Reglement Waren-Markten].
Ambtgenoot voor de [onleesbaar] administratie destijds [doorgehaald] de betreffende plaatsen nog niet in te trekken, overeenkomstig welk advies destijds is gehandeld.
De hierbedoelde personen hebben nog steeds hun plaats op de markt niet ingenomen, weshalve het [doorgehaald: verdere uitstel] verder uitstel mij zeer ongewencht voorkomt. Op deze personen zou ik thans artikel 11 c van het Reglement willen toepassen.
2/8 40. D.W.
I, in verband met het bovenstaande, De kern van het document is een klacht over de schaarste aan marktplaatsen. De schrijver (waarschijnlijk een marktmeester of een ambtenaar van de gemeente) stelt vast dat er een grote vraag is naar vaste plekken. Het probleem is dat bepaalde plaatsen bezet worden gehouden door personen die al meer dan zes maanden niet meer actief op de markt zijn verschenen (aangeduid met de term "in steen zijn", wat mogelijk verwijst naar een vaste standplaats die onbenut blijft, of een lokale ambtelijke term).
De schrijver dringt aan op het handhaven van artikel 11 sub c van het Reglement voor de Warenmarkt (R.W.M.). Dit artikel gaf de autoriteiten blijkbaar de bevoegdheid om vergunningen in te trekken als de houder de plaats niet daadwerkelijk benutte. Uit de tekst blijkt dat er eerder is geadviseerd om nog even te wachten met intrekken, maar dat de maat nu vol is omdat de plekken nog steeds onbezet blijven terwijl andere actieve kooplieden hierdoor worden benadeeld. Het document is gedateerd op 2 augustus 1940. Dit is slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode begon de distributie van goederen en de controle op de handel strakker te worden. De druk op de markten kan te maken hebben met de veranderende economische omstandigheden: door schaarste aan goederen en brandstof werden lokale markten belangrijker voor de voedselvoorziening en handel.
De formele toon ("heb ik de eer U") en de verwijzing naar specifieke reglementen zijn typerend voor de Nederlandse bureaucratie in die tijd. Het concept toont de interne discussie binnen een gemeentelijk apparaat over hoe om te gaan met 'slapende' vergunninghouders in een tijd van toenemende economische druk.