Getypt ambtelijk schrijven (doorslag of kopie).
Origineel
Getypt ambtelijk schrijven (doorslag of kopie). 25 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een gerelateerde afdeling). Bladz. 3
~~XXXX~~ 3
17/4/1
Amsterdam.
25 November x 40
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
dit laatste diene, dat nog nimmer een handelaar om deze
teruggave heeft verzocht.
Op grond van het bovenstaande lijkt het mij noodig,
dat artikel 23 van de Heffingsverordening in dien zin wordt
gewijzigd, dat daarin duidelijk blijkt, dat alleen visschers
voor reductie in aanmerking komen. Daartoe stel ik voor om
in artikel 23 lid 1 de woorden: "door denzelfden aanvoerder"
te vervangen door de woorden: "door denzelfden visscher recht-
streeks uit zee aangevoerde en".
Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven wel
te willen bevorderen, dat door den Gemeenteraad in den hier
voorgestelden zin wordt besloten.
De Directeur, * Onderwerp: Wijziging van de Heffingsverordening met betrekking tot de visaanvoer.
* Kernboodschap: De directeur stelt voor om de tekst van de verordening aan te scherpen. Het doel is om "reductie" (korting of teruggave op heffingen) expliciet voor te behouden aan vissers die hun vangst rechtstreeks uit zee aanvoeren. Hiermee worden handelaren (tussenpersonen) formeel uitgesloten van deze regeling.
* Taalgebruik: Formeel-ambtelijk Nederlands ("Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven"). De spelling is de toen gebruikelijke spelling-Marchant (bijv. "visschers", "noodig", "denzelfden").
* Vorm: Het betreft het einde van een brief, getuige de paginanummering (Bladz. 3) en de afsluiting. De "x" in de jaartalnotatie "x 40" is een typemachine-conventie voor 1940. Dit document stamt uit november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening ("Levensmiddelen") was in deze tijd een cruciaal en streng gereguleerd beleidsterrein. In Amsterdam was de distributie en verhandeling van vis aan strikte gemeentelijke regels gebonden, vaak gecentreerd rondom de visafslag en de markthallen.
De voorgestelde wijziging wijst op een poging om de positie van de actieve vissers te beschermen of om te voorkomen dat handelaren oneigenlijk gebruik maakten van financiële voordelen die bedoeld waren voor de primaire producenten. Dat een handelaar "nog nimmer om deze teruggave heeft verzocht" suggereert dat de directeur een juridisch gat wilde dichten voordat er misbruik van gemaakt zou worden in de schaarser wordende oorlogseconomie.
Samenvatting
- Onderwerp: Wijziging van de Heffingsverordening met betrekking tot de visaanvoer.
- Kernboodschap: De directeur stelt voor om de tekst van de verordening aan te scherpen. Het doel is om "reductie" (korting of teruggave op heffingen) expliciet voor te behouden aan vissers die hun vangst rechtstreeks uit zee aanvoeren. Hiermee worden handelaren (tussenpersonen) formeel uitgesloten van deze regeling.
- Taalgebruik: Formeel-ambtelijk Nederlands ("Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven"). De spelling is de toen gebruikelijke spelling-Marchant (bijv. "visschers", "noodig", "denzelfden").
- Vorm: Het betreft het einde van een brief, getuige de paginanummering (Bladz. 3) en de afsluiting. De "x" in de jaartalnotatie "x 40" is een typemachine-conventie voor 1940.
Historische Context
Dit document stamt uit november 1940, de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening ("Levensmiddelen") was in deze tijd een cruciaal en streng gereguleerd beleidsterrein. In Amsterdam was de distributie en verhandeling van vis aan strikte gemeentelijke regels gebonden, vaak gecentreerd rondom de visafslag en de markthallen.
De voorgestelde wijziging wijst op een poging om de positie van de actieve vissers te beschermen of om te voorkomen dat handelaren oneigenlijk gebruik maakten van financiële voordelen die bedoeld waren voor de primaire producenten. Dat een handelaar "nog nimmer om deze teruggave heeft verzocht" suggereert dat de directeur een juridisch gat wilde dichten voordat er misbruik van gemaakt zou worden in de schaarser wordende oorlogseconomie.