Ambtelijke notitie / Conceptbesluit.
Origineel
Ambtelijke notitie / Conceptbesluit. Omstreeks maart 1933 (verwijst naar 1 maart 1933 en een eerdere datum 14 april 1932). [Links boven:]
Reductie aan
aanvoerders.
Vismarkt
[Midden boven:]
4.
[Tekst:]
Krachtens art 23. van de Verordening
op de heffing wordt aan aanvoerders reductie
verleend op de belasting ingevolge Art 5 sub b
van bovengenoemde Verordening. Deze reductie
wordt ingevolge art 34. van de Verordening op de
heffing in den loop der maand Januari
uitbetaald.
~~Na~~
Wegens wijziging van de indertijd
geldende Verordening op de heffing wordt
de reductie van 1 Maart 1933. af aan de daar-
voor in aanmerking komende ~~aanvoerders~~ Urker visschers
verleend. Hoewel in strijd met het bepaalde
in art 23. van de Verordening op de heffing waarin
van aanvoerders zonder meer wordt gesproken,
werd de reductie tot heden nimmer verleend
aan aanvoerders-handelaren.
De reductie werd nl. in het
leven geroepen ter bevordering van de aanvoer
door Noordzeevisschers van het eiland Urk
aan de Visafslag te amsterdam. (zie voordracht
aan den Gemeenteraad en voorstel van den
Directeur v.d. Centralen Dienst v.d. Levensmiddelen-
voorziening Afd. Vishallen aan den Wethouder voor
de Levensmiddelen dd. 14 April 1932 no 1790-Hal
ter zake van wijziging van Verordeningen etc.
indien noodig bijvoegen
voordracht 14/4 32? [geparafeerd:] HD Dit document betreft een ambtelijke toelichting op de toepassing van belastingreducties voor visaanvoerders op de Amsterdamse vismarkt. De kern van het stuk is een juridische nuancering: hoewel de officiële verordening (artikel 23) spreekt over "aanvoerders" in het algemeen, wordt in de praktijk deze reductie enkel toegekend aan de vissers zelf (met name die uit Urk) en uitdrukkelijk niet aan "aanvoerders-handelaren" (tussenpersonen).
De reden hiervoor was beleidsmatig: men wilde de rechtstreekse aanvoer van Noordzeevis door Urker vissers naar de Amsterdamse Visafslag stimuleren. De notitie verwijst naar een wijziging die ingaat op 1 maart 1933 en refereert aan eerdere besluitvorming uit april 1932 door de Directeur van de Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening. De handgeschreven correctie (het doorhalen van 'aanvoerders' en vervangen door 'Urker visschers') onderstreept de focus op deze specifieke groep. In de jaren '30 was de vismarkt van Amsterdam een cruciaal onderdeel van de voedselvoorziening. De visafslag was gevestigd in de Centrale Markthallen (geopend in 1934, maar de visafslag functioneerde al eerder op die locatie aan de Jan van Galenstraat). De gemeente Amsterdam probeerde via fiscale prikkels, zoals de hier genoemde reductie op de heffingen, de aanvoerlijnen te beïnvloeden.
De vermelding van Urker vissers is historisch interessant. Urk was tot 1939 nog een eiland in de Zuiderzee (later IJsselmeer). Veel Urker vissers verlegden hun werkterrein naar de Noordzee en zochten naar de meest gunstige afzetmarkten. Door hen korting te geven op de marktgeld-heffingen, probeerde Amsterdam de concurrentiepositie van haar eigen afslag te versterken ten opzichte van andere havens zoals IJmuiden of Scheveningen. De "Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening" was de gemeentelijke instantie die toezag op de efficiënte distributie en betaalbaarheid van voedsel in de stad.