Archief 745
Inventaris 745-312
Pagina 206
Dossier 90
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven aantekening.

1 december 1939. Van: Een onbekende gemeentelijke instantie in Amsterdam (getekend door "De Directeur").

Origineel

Getypte brief met handgeschreven aantekening. 1 december 1939. Een onbekende gemeentelijke instantie in Amsterdam (getekend door "De Directeur"). VP/DV.

18/55/4 M. [Handgeschreven:] Verzonden 1/12-'39.

1 December 1939.

den Heer I. de Magtige
Joden Breestraat 47 II
A m s t e r d a m - C.
Wijk 2.

Naar aanleiding van Uw brief dd. 27 November j.l. bericht ik U, dat U mij desgewenscht nauwkeurig moet schrijven, op grond van welke motieven U meent recht te hebben op een ventvergunning. Hierbij gelieve U aan te geven, in welke jaren U heeft gevent en gedurende hoelangen tijd. Indien U niet omstreeks September 1933 van het venten hier ter stede Uw beroep heeft gemaakt, behoort U de redenen te vermelden, waarom U toen geen venter was. Voorts dient U aan te geven, wanneer U een aanvrage om een ventvergunning voor het eerst heeft ingediend. Indien dit geschiedde na 1 Januari 1935, vermelde U de reden, waarom de aanvrage niet eerder werd gedaan.

Tenslotte omschrijve U nauwkeurig, welke werkzaamheden U tot nu toe heeft verricht, sedert het in werking treden der ventverordening, op 1 September 1934.

De Directeur, * Inhoud: De brief is een formele reactie op een eerdere brief van dhr. I. de Magtige. De overheid eist zeer specifieke details over zijn arbeidsverleden als straatverkoper (venter). Er wordt gevraagd naar de bewijslast voor het recht op een vergunning, waarbij specifiek wordt teruggegrepen op data uit 1933, 1934 en 1935.
* Toon: De toon is strikt bureaucratisch en dwingend. De bewijslast ligt volledig bij de burger, die zijn bestaansrecht als venter over een periode van meerdere jaren moet verantwoorden.
* Juridische kaders: Er wordt verwezen naar de "ventverordening" die op 1 september 1934 in werking is getreden. Dit wijst op een verscherping van het toezicht op straathandel in de jaren '30. * Historische periode: De brief dateert van december 1939, enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar vóór de Duitse inval in Nederland. De economische situatie was moeizaam en de overheid probeerde de concurrentie op straat te reguleren via vergunningsstelsels.
* Locatie: De Jodenbreestraat in Amsterdam-Centrum was het hart van de oude Joodse buurt. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel (venten).
* Sociaal-politieke context: De strenge eisen voor een ventvergunning in deze periode kunnen worden gezien als een vorm van economisch protectionisme. Voor de Joodse bevolking, die vaak afhankelijk was van deze vorm van handel, vormden dergelijke regelingen een significante barrière voor hun levensonderhoud. In de jaren '30 werden verordeningen vaak aangescherpt om het aantal (vaak Joodse) straatverkopers in te perken. Dit document illustreert de bureaucratische druk waaraan kleine zelfstandigen in die tijd blootstonden.

Samenvatting

  • Inhoud: De brief is een formele reactie op een eerdere brief van dhr. I. de Magtige. De overheid eist zeer specifieke details over zijn arbeidsverleden als straatverkoper (venter). Er wordt gevraagd naar de bewijslast voor het recht op een vergunning, waarbij specifiek wordt teruggegrepen op data uit 1933, 1934 en 1935.
  • Toon: De toon is strikt bureaucratisch en dwingend. De bewijslast ligt volledig bij de burger, die zijn bestaansrecht als venter over een periode van meerdere jaren moet verantwoorden.
  • Juridische kaders: Er wordt verwezen naar de "ventverordening" die op 1 september 1934 in werking is getreden. Dit wijst op een verscherping van het toezicht op straathandel in de jaren '30.

Historische Context

  • Historische periode: De brief dateert van december 1939, enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar vóór de Duitse inval in Nederland. De economische situatie was moeizaam en de overheid probeerde de concurrentie op straat te reguleren via vergunningsstelsels.
  • Locatie: De Jodenbreestraat in Amsterdam-Centrum was het hart van de oude Joodse buurt. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel (venten).
  • Sociaal-politieke context: De strenge eisen voor een ventvergunning in deze periode kunnen worden gezien als een vorm van economisch protectionisme. Voor de Joodse bevolking, die vaak afhankelijk was van deze vorm van handel, vormden dergelijke regelingen een significante barrière voor hun levensonderhoud. In de jaren '30 werden verordeningen vaak aangescherpt om het aantal (vaak Joodse) straatverkopers in te perken. Dit document illustreert de bureaucratische druk waaraan kleine zelfstandigen in die tijd blootstonden.

Locaties

De Jodenbreestraat in Amsterdam-Centrum was het hart van de oude Joodse buurt. Veel Joodse Amsterdammers waren werkzaam in de ambulante handel (venten).

Kooplieden in dit dossier 100

A. Meyer Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaf-fing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A. Barmhartigheid Waterlooplein Is nog steeds in werkverschaffing. Kan op markt zijn brood niet verdienen.
A Boumeester Waterlooplein
A. Bouwmeester Uilenburg bezet thans reeds sedert 9 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel
A. Bouwmeester meerdere Bezet thans reeds sedert 9 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Eysden Uilenburg Aan oproeping geen gevolg gegeven.
A. Hagenaar Waterlooplein
Aron Vogel meerdere Reeds voorgesteld d.d. 4-9-1939 no. 17/2/5 M. Rapport Dir. M.S. d.d. 2 October 1939 advies: plaats aanhouden; Vogel gaat bij eenige opleving weder staan; is echter nimmer verschenen.
Aron Vogel Waterlooplein 21/1 39
Abraham Prins Waterlooplein 27/2 39
B.F. Reinen Waterlooplein Idem. Advies: 4 maanden gevangenis; komt daarna weer op de markt; is echter niet verschenen.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
J. Scherpenzeel Waterlooplein Is in werkverschaffing.
B.J. van Straten meerdere Bezet thans reeds sedert 10 maanden zyn plaatsen niet en verzoekt wederom uitstel is 66 jaar en ziek.
B.J. van Straten meerdere bezet thans reeds sedert 10 maanden zijn plaatsen niet en verzocht wederom uitstel; is 66 jaar en ziek.
B. Kloos Uilenburg heeft geen kans thans op de markten zijn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
B. Kloos Zwanenburgwal Ziet geen kans thans op de markten zyn brood te verdienen.
Benjamin Schelvis Waterlooplein 15/1 40
C Bleekrode-Kinsbergen Waterlooplein
C. Prins Waterlooplein 18/1 40
M.C.A. Renes meerdere Is 68 jaar; wil in steun blyven.
C. Renes meerdere is 69 jaar; wil in steun blijven.
C.E. Molenaars Waterlooplein 21/12 39 sg
C. van Bambergen Waterlooplein
D.A. Overmars Waterlooplein 23/12 39
D.M. de Groot Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 2