Administratief adviesbericht (interne correspondentie op een voorgedrukt formulier).
Origineel
Administratief adviesbericht (interne correspondentie op een voorgedrukt formulier). 18 oktober 1935 (behandeling verzoek van 25 juli 1935). [Bovenaan in de marge:] 18/176
BIJBLAD VAN:
M. No. 18/199/1 1933
DOORGEZONDEN: 26/7 - '35.
[In rood groot geschreven:] 18/199/2 M
[Rechtsboven:] ni. Dir W / C.v.A.
[Linkermarge:] v doorst:
A’dam. 18/10 ’35.
W. h. M.
Onder terugzending van de met Uw kaartbrief dd. 25 Juli 1935 ~~ontv~~ adviesontvangen stukken, no. 156/405 L.M. 1935 heeft de Commissie van advies inzake ventvergunningen de eer U te berichten, dat het onderhavige verzoek is behandeld in hare vergadering van 16 October j.l.
Zij is van ~~oordeel~~ oordeel, dat, ~~waar~~ verzoeker [ingevoegd: omstreeks] September 1933 niet van het venten [ingevoegd: te Amsterdam] ~~zijn~~ beroep heeft gemaakt, ~~niet~~ voor een vergunning ~~in aanmerking~~ [ingevoegd: de gevraagde] ~~kan komen~~ [ingevoegd: niet] adviseert u mitsdien ~~niet~~ ~~de gevraagde~~ ventvergunning te verleenen.
De Voorzitter, [handtekening/paraaf: WH]
De Secretaris, [paraaf] 18-10-’35 exp.
Alg. Zaken Model No. 14- 10.000-2 1935. Dit document is een ambtelijk advies van de "Commissie van advies inzake ventvergunningen" aan (zeer waarschijnlijk) de Wethouder voor het Marktwezen (W.h.M.) van Amsterdam.
De kern van de zaak is de beoordeling van een aanvraag voor een ventvergunning. De commissie adviseert negatief. De reden hiervoor is expliciet vermeld: de verzoeker heeft sinds september 1933 niet daadwerkelijk zijn beroep gemaakt van het venten binnen de gemeente Amsterdam.
Het document is interessant vanwege de vele tekstuele wijzigingen in het tweede deel van de tekst. De oorspronkelijke formulering was waarschijnlijk formeler ("...dat verzoeker niet voor een vergunning in aanmerking kan komen"), maar is gaandeweg aangepast naar een directer advies om de vergunning niet te verlenen. De toevoeging "te Amsterdam" duidt op het strikte lokale beleid van de hoofdstad in die tijd. In de jaren '30 (de crisistijd) was de regulering van straathandel (venten) in Amsterdam zeer streng. Door de hoge werkloosheid probeerden veel mensen het hoofd boven water te houden door goederen op straat te verkopen. Om de gevestigde middenstand te beschermen en chaos op straat te voorkomen, hanteerde de gemeente strikte criteria voor het verlenen van ventvergunningen.
Een van de belangrijkste criteria was dat de aanvrager kon aantonen dat het venten zijn of haar hoofdmiddel van bestaan was (het "beroep"). Wie niet kon bewijzen dat hij al geruime tijd als professioneel venter actief was, kreeg in deze periode van schaarste en economische depressie vrijwel zeker een afwijzing, zoals in dit document gedocumenteerd. De administratieve doorlooptijd van juli tot oktober was voor die tijd gebruikelijk voor dergelijke commissiebehandelingen. M. Gemeente Amsterdam Marktwezen