Archiefdocument
Origineel
Om advies
Verzoekster vertraag. voor d. de Maatsch.
M. J. Steun dringt er op aan .
Men heeft echter niet gewerkt
sinds 1929 .
Afwijzen overeenkomstig geval Dejonge
- - - ( Uitspraak d. d. 24 Juni '35 ) .
van '30 - '35 in steun en vóór 1930
wel gewerkt: Ook afwijzen. * Inhoud: De notitie betreft een intern advies over een lopende aanvraag of dossier. Er is sprake van een verzoekster die mogelijk vertraging heeft opgelopen of veroorzaakt bij "de Maatschappij" (waarschijnlijk de Maatschappij voor Werkloosheidsverzekering of een vergelijkbare instantie).
* Argumentatie: Hoewel de instantie "M. J. Steun" (vermoedelijk Maatschappelijke Steun) op de zaak aandringt, wordt opgemerkt dat de betrokkene sinds 1929 niet meer heeft gewerkt. Het feit dat er vóór 1930 wel gewerkt is en dat er in de tussenliggende jaren (1930-1935) steun is ontvangen, wordt niet als voldoende grond gezien voor inwilliging.
* Conclusie: Er wordt geadviseerd tot afwijzing, waarbij expliciet wordt verwezen naar een precedent: het "geval Dejonge" (of Dejongh), waarover op 24 juni 1935 een uitspraak is gedaan.
* Handschrift: Het betreft een vlot, ambtelijk cursief handschrift uit de jaren 30, gekenmerkt door afkortingen (zoals "d.d." en "Maatsch.") en een zakelijke stijl. Dit document stamt uit de tijd van de Grote Depressie in Nederland. Tijdens deze crisisjaren was de werkloosheid extreem hoog en hanteerden de overheid en steuninstanties zeer strikte criteria voor het toekennen van uitkeringen. Er werd streng toegezien op het arbeidsverleden van aanvragers; wie te lang niet gewerkt had, liep het risico buiten de regelingen te vallen. De verwijzing naar een specifieke uitspraak ("geval Dejonge") duidt op een vroege vorm van gestandaardiseerde dossierbehandeling en het belang van jurisprudentie in de toenmalige sociale zekerheid.
Samenvatting
- Inhoud: De notitie betreft een intern advies over een lopende aanvraag of dossier. Er is sprake van een verzoekster die mogelijk vertraging heeft opgelopen of veroorzaakt bij "de Maatschappij" (waarschijnlijk de Maatschappij voor Werkloosheidsverzekering of een vergelijkbare instantie).
- Argumentatie: Hoewel de instantie "M. J. Steun" (vermoedelijk Maatschappelijke Steun) op de zaak aandringt, wordt opgemerkt dat de betrokkene sinds 1929 niet meer heeft gewerkt. Het feit dat er vóór 1930 wel gewerkt is en dat er in de tussenliggende jaren (1930-1935) steun is ontvangen, wordt niet als voldoende grond gezien voor inwilliging.
- Conclusie: Er wordt geadviseerd tot afwijzing, waarbij expliciet wordt verwezen naar een precedent: het "geval Dejonge" (of Dejongh), waarover op 24 juni 1935 een uitspraak is gedaan.
- Handschrift: Het betreft een vlot, ambtelijk cursief handschrift uit de jaren 30, gekenmerkt door afkortingen (zoals "d.d." en "Maatsch.") en een zakelijke stijl.
Historische Context
Dit document stamt uit de tijd van de Grote Depressie in Nederland. Tijdens deze crisisjaren was de werkloosheid extreem hoog en hanteerden de overheid en steuninstanties zeer strikte criteria voor het toekennen van uitkeringen. Er werd streng toegezien op het arbeidsverleden van aanvragers; wie te lang niet gewerkt had, liep het risico buiten de regelingen te vallen. De verwijzing naar een specifieke uitspraak ("geval Dejonge") duidt op een vroege vorm van gestandaardiseerde dossierbehandeling en het belang van jurisprudentie in de toenmalige sociale zekerheid.