Getypte notulen of een verslag van een commissievergadering (mogelijk een raadscommissie).
Origineel
Getypte notulen of een verslag van een commissievergadering (mogelijk een raadscommissie). -5-
In tegenstelling met de herhaaldelyk door den heer Van 't Hek
geuite opvatting is spreker van meening, dat de venters, die
het ys voor ondernemingen uitventen als zelfstandige venters
moeten worden beschouwd en niet als "loontrekkende venters".
Deze personen ventenhet ys uit op provisie doch nimmer tegen
een vast loon. Het zyn dus zelfstandige ondernemers en zy
dienen zelf een ventvergunning te hebben.
Spreker concludeert tenslotte, dat er in de toekomst geen by-
zondere vergunningen meer behooren te worden uitgereikt.
Het is bovendien in het afgeloopen seizoen gebleken, dat de ge-
heele materie voor de ys-fabrikanten van niet zoo groot belang
moest worden geacht. De belangryke firma's hebben zich veelal
kunnen redden met personen, die reeds in het bezit van een
ventvergunning waren en slechts de kleinere hebben gebruik ge-
maakt van de seizoen-vergunningen. Deze firma's zullen zich in
de toekomst aan de Ventverordening moeten aanpassen.
De heer v. 't Hek kan zich met het betoog van den Voorzitter vereenigen. Hy
wil er slechts op wyzen, dat de zelfstandige ysventer de vryheid
heeft zelf den prys van zyn artikel te bepalen. De venters die ys
uitventen voor een onderneming zyn aan een vaste prys gehouden.
De Voorzitter erkent dit, doch het is niet pricipieel.
De heer v. 't Hek is dit met den Voorzitter eens. Spreker is van meening, dat,
indien de ys-fabrikanten geen venters kunnen krygen, zy hun
arbeidsvoorwaarden moeten wyzigen.
De Commissie vereenigt zich met het voorstel van den Voorzitter
om in overweging te geven, in de toekomst geen byzondere be-
dryfs-ventvergunningen meer uit te reiken.
2e. het bedienen van vaste klanten
Dit begrip heeft reeds tot vele moeilykheden aanleiding gegeven.
Het is veelal bezwaarlyk om aan te toonen, of een venter al dan
niet vaste klanten bedient en het is wel gebleken, dat dit de
deur is, waardoor vele personen het venterscorps binnentreden.
De heer Seegers is voor een zoo ruim mogelyk begrip van "venten" alle handel
op den openbaren weg dient als zoodanig te worden aangemerkt.
Doet men dit niet, dan houdt men altyd complicaties.
De heer v. 't Hek wyst op de moeilykheden, die dan b.v. de melkhandelaren
en broodbakkers zullen ondervinden. Deze categorieën van hande-
laren hebben meestal knechts om hun uitbrengklanten te bedienen.
Een persoonlyke vergunning voor deze knechts brengt den patroon
in moeilykheden. Aan den anderen kant moet worden toegegeven,
dat er bakker en melkboeren zyn, die hun waren laten uitventen.
De heer Presser wyst er op, dat de venters, krachtens de Ventverordening een
vaste wyk hebben, al is deze dan ook zeer ruim In dit opzicht
verschillen zy dus in niets van den groenteboer die een vaste
wyk bedient. Spreker meent er echter tegen te moeten waarschuwen
het venterscorps teveel uit te breiden met allerlei categorieën.
Men werkt hiermede in de hand, dat men op een gegeven moment een
groote overschryving naar een bepaald artikel krygt, waardoor
niemand meer een boterham kan verdienen.
De Secretaris leest een, in overleg met het lid Cohen opgestelde, voorloopige
redactie voor, luidende:
"In deze Verordening wordt onder venten verstaan: Het op of
"aan den openbaren weg of op het openbare water met zich
"voeren of by zich hebben van waren, - met uitzondering van
"brood, melk en van die, welke door Burgemeester en Wethouders
" zyn aangewezen en by openbare kennisgeving zyn bekend
" gemaakt- met het kennelyk doel om deze te Amsterdam te ver-
" koopen en te leveren, anders dan; * Taalgebruik: Het document is opgesteld in een formele, ambtelijke stijl. Opvallend is het consequente gebruik van de 'y' in plaats van de 'ij' (bijv. ys, byzondere, moeilykheden, zyn). Dit was in de eerste helft van de 20e eeuw niet ongebruikelijk in bepaalde type- of zetstijlen.
* Juridisch-economische discussie: Er vindt een debat plaats over de definitie van ondernemerschap. De voorzitter stelt dat ijsventers die op commissiebasis werken, feitelijk zelfstandigen zijn en dus hun eigen vergunning moeten regelen, in plaats van te leunen op een bedrijfsvergunning van de fabriek.
* Marktbescherming: De heer Presser verwoordt een klassiek sociaal-economisch argument uit die tijd: te veel concurrentie (te veel vergunningen) leidt tot armoede onder de beoefenaars van het beroep ("niemand meer een boterham kan verdienen").
* Regulering: Men probeert het begrip 'venten' scherp te definiëren om mazen in de wet (zoals het onterecht claimen van 'vaste klanten') te dichten, terwijl men uitzonderingen maakt voor essentiële diensten zoals de brood- en melkbezorging. Dit document biedt een inkijkje in de stedelijke regulering van de Amsterdamse straathandel in het interbellum of de vroege naoorlogse periode. De overheid probeerde grip te krijgen op de informele economie van straatverkopers om zowel de openbare orde te handhaven als een zekere mate van inkomensbescherming voor erkende handelaren te garanderen. De opkomst van grotere ijsfabrieken die werkten met een leger aan (schijn)zelfstandige venters dwong de gemeente om haar verordeningen aan te scherpen. De genoemde namen (o.a. Cohen, Presser) zijn typerend voor de Amsterdamse politieke arena van die tijd. Presser verwoordt (De heer) Presser wyst (De heer) Seegers is (De heer) Gemeente Amsterdam