Getypte pagina uit een verslag van een commissievergadering (notulen).
Origineel
Getypte pagina uit een verslag van een commissievergadering (notulen). -3-
afwyzende standpunt. Spreker ontkent, dat er byzondere omstandigheden waren, waarom adressant destyds in gebreke is gebleven zyn ventvergunning aan te vragen. Adressant heeft zyn aanvrage na 1 Januari 1935, dus te laat, ingediend. Deze man is reeds jaren uit het ventersberoep en spreker acht het niet gewenscht, dat hy daarin weerkeert, nog daargelaten, dat het voor spreker een vraagpunt is, of Worms in 1933 van het venten te Amsterdam zyn beroep heeft gemaakt. Spreker merkt nog op, dat de Wethouder in zyn brief van 12 Maart 1937 heeft bericht, dat hy een "uitsterfsysteem" wil toepassen ten aanzien van venters, die een voor hen beschikbare ventvergunning niet afhaalden. Dit had volgens spreker uitsluitend betrekking op personen, die destyds wel een ventvergunning hadden aangevraagd, doch die verzuimden, deze in ontvangst te nemen. Worms heeft echter nimmer een ventvergunning aangevraagd en deze lag dus ook niet voor hem ter beschikking. Hy behoort dus niet tot de groep, die de Wethouder heeft genoemd in zyn brief d.d. 12 Maart 1937.
De Voorzitter herhaalt, dat de Commissie tot nu toe in meerderheid steeds gunstig heeft geadviseerd, wanneer aannemelyk kon worden gemaakt, dat er byzondere omstandigheden waren, die oorzaak waren, dat destyds niet tydig een ventvergunning was aangevraagd. Spreker wyst den heer Presser er nog op, dat de Wethouder reeds eerder heeft beslist, dat de vraag, of een tydsduur (gedurende welken niet meer is gevent) moet worden aangenomen, als criterium voor het al of niet verstrekken van een ventvergunning en zoo ja, welke duur, een vraagstuk is, dat op zichzelf een algeheele principieele behandeling vereischt. De Wethouder keurde het destyds dan ook niet goed, dat de Commissie by het geven van een advies tot het al of niet verleenen van een ventvergunning met deze factor rekening hield (vide notulen van de 58ste vergadering der Commissie).
De Commissie besluit, naar de vraag, of Worms in 1933 van het venten te Amsterdam zyn beroep heeft gemaakt, een nader onderzoek te doen instellen. Hieromtrent geven de stukken namelyk geen positieve inlichtingen, in ver- Dit document is een verslag van een bureauclatische discussie binnen een Amsterdamse gemeentcommissie over het verlenen van ventvergunningen in de late jaren '30. De kern van het geschil draait om een man genaamd Worms die na de deadline van 1 januari 1935 een vergunning heeft aangevraagd.
Er zijn twee hoofdarkumenten:
1. De 'Spreker' (mogelijk een ambtenaar of commissielid) is tegen het verlenen van de vergunning. Hij voert aan dat Worms te laat was, al lang niet meer heeft gevent en niet onder het door de Wethouder geformuleerde "uitsterfsysteem" valt, omdat hij nooit een eerdere aanvraag had gedaan die klaar lag om afgehaald te worden.
2. De Voorzitter wijst op de precedentwerking en de mildere houding van de Commissie bij "bijzondere omstandigheden". Hij corrigeert een zekere heer Presser door te stellen dat de Wethouder niet wil dat de Commissie zelfstandig besluit hoe lang iemand uit het vak mag zijn geweest voordat de vergunning geweigerd wordt; dit is een principiële zaak voor de Wethouder zelf.
De pagina eindigt met het besluit van de Commissie om eerst nader onderzoek te doen naar het arbeidsverleden van Worms in 1933. In de jaren '30 voerde de gemeente Amsterdam een streng beleid om het aantal straathandelaren te beperken. Dit gebeurde onder andere via een "uitsterfsysteem": er werden nauwelijks nieuwe vergunningen afgegeven, waardoor het aantal venters door natuurlijk verloop (stoppen of overlijden) zou afnemen. Dit beleid raakte vooral de armere bevolkingslagen van Amsterdam, waaronder een groot deel van de Joodse gemeenschap, voor wie de straathandel een belangrijke bron van inkomsten was. Gezien de namen Worms en Presser en de datering (vlak voor de Tweede Wereldoorlog), is dit document waarschijnlijk afkomstig uit een archief dat de administratieve uitsluiting of beperking van burgers in die periode documenteert.