Getypte notulen/verslag van een commissievergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke commissie voor straathandel).
Origineel
Getypte notulen/verslag van een commissievergadering (waarschijnlijk een gemeentelijke commissie voor straathandel). -3-
tent te doen optreden, terwyl adressant dan zou kunnen
gaan venten. Tegenover bovenvermelde feiten blyft echter
staan de verklaring van den agent van politie, die heeft
medegedeeld, dat hy Locher als venter heeft gekend. Boven-
dien heeft adressant in 1933 een aanvrage voor een vent-
vergunning ingediend.
De heer Gaaikema deelt mede, dat uit een nader rapport van den agent
van politie blykt, dat hy Locher vanaf diens veertienden
jaar tot 1934 (het moment van in werking treden der Vent-
verordening) als venter heeft gekend.
De heer Seegers deelt mede, dat het voor hem vast staat, dat Locher
nimmer het ventberoep heeft uitgeoefend. De agent van po-
litie zal Locher wel als vischkoopman kennen op de Albert
Cuypstraat, op die markt zal hy wel eens gevent hebben,
hetgeen vroeger veel gebeurde, en hierdoor zal de agent
ertoe gekomen zyn de hierboven bedoelde verklaring af te
geven.
De Commissie is met algemeene stemmen van meening,
dat de gegevens, die uit het nadere onderzoek naar voren
zyn gekomen, zoodanig zyn, dat moet worden aangenomen, dat
Locher nimmer van het venten te Amsterdam zyn beroep heeft
gemaakt. Zy adviseert mitsdien op het verzoek van adres-
sant afwyzend te beschikken.
Vervolgens stelt de Voorzitter punt 3 der agenda aan de
orde:
Voortzetting bespreking vestiging ventverbod Prins Hen-
drikkade tusschen Martelaarsgracht en Damrak.
Spreker deelt mede, dat de behandeling van dit punt in de
vorige vergadering werd aangehouden, opdat de Politie zou
kunnen onderzoeken, of wellicht bruikbare in de onmiddel-
lyke nabyheid van het onderhavige punt gelegen standplaat-
sen zouden kunnen worden uitgegeven.
De heer Gaaikema deelt mede, dat de Politie weinig voelt voor het stand-
punt van den heer Seegers om te trachten in de onmiddelly-
ke nabyheid van de Prins Hendrikkade standplaatsen uit te
reiken aan de venters, die door een ventverbod zouden
worden getroffen. Het gaat namelyk niet alleen om drie * Onderwerp 1: De zaak Locher. Er is een geschil over de status van een zekere Locher. De politie beweert dat hij een professionele venter is (wat hem bepaalde rechten zou geven onder de nieuwe verordening), terwijl commissielid Seegers stelt dat hij slechts een visboer op de Albert Cuypmarkt was die incidenteel ventte. De commissie kiest de zijde van Seegers en wijst het verzoek van de betrokkene af.
* Onderwerp 2: Ventverbod Prins Hendrikkade. De commissie bespreekt een verbod op straathandel op een specifiek deel van de Prins Hendrikkade (tussen Martelaarsgracht en Damrak). Er wordt gezocht naar vervangende locaties voor de gedupeerde venters, maar de politie is hier terughoudend in.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in formeel-ambtelijk Nederlands. Opvallend is het consequente gebruik van de 'y' in plaats van de 'ij' (zoals in "blyft", "zyn", "nabyheid"), wat destijds gebruikelijk was op schrijfmachines om ruimte te besparen of door persoonlijke voorkeur van de typist. Dit document biedt inzicht in de strakke regulering van de Amsterdamse straathandel in de jaren '30. Met de invoering van de Ventverordening in 1934 probeerde de gemeente de chaos op straat te beperken en de handel te professionaliseren. Dit leidde vaak tot juridische en bureaucratische discussies over wie als 'echte' venter werd beschouwd en waar zij hun nering mochten drijven. De Prins Hendrikkade, als drukke verkeersader nabij het Centraal Station, was een gevoelig punt waar het belang van de vrije handel botste met de verkeersveiligheid en het stadsgezicht. Gaaikema deelt (De heer) Seegers deelt (De heer) Politie