Getypte notulen of een ambtelijk verslag van een commissievergadering.
Origineel
Getypte notulen of een ambtelijk verslag van een commissievergadering. Ongedateerd, maar verwijst naar gebeurtenissen in 1933. De spelling en context suggereren de late jaren '30 of vroege jaren '40. zyn schoonvader. Hy heeft echter nimmer van zyn vader een
wyk overgenomen, zooals in een brief van den directeur
voor Maatschappelyken Steun wordt vermeld. Er zyn verder
geen positieve gegevens, waaruit zou kunnen worden afge-
leid, dat Worms in 1933 van het venten zyn beroep heeft
gemaakt.
Na een uitvoerige discussie besluit de meerderheid
der Commissie om het onderhavige verzoek in handen te
stellen van den Voorzitter, teneinde nog nader te doen
nagaan, of adressant in 1933 heeft gevent (byvoorbeeld
door middel van verklaringen van brandstoffenhandelaren
uit die jaren). Indien op redelyke wyze kan worden aange-
toond, door middel van vorenstaande verklaringen of door
nadere mededeelingen van het Bureau voor Maatschappelyken
Steun, dat Worms in het jaar 1933 van het venten te Am-
sterdam zyn beroep heeft gemaakt, dan hebben de leden
Seegers, Neeter en Gaaikema tegen het verleenen van een
ventvergunning geen bezwaar; de heer Presser is in ieder
geval tegen het verleenen van een ventvergunning.
Vervolgens stelt de Voorzitter opnieuw aan de orde het
verzoek van Philip Locher om hem alsnog een ventvergun-
ning te verleenen; dit verzoek werd reeds behandeld in de
vorige vergadering der Commissie, waarby werd besloten
een nader onderzoek te doen instellen naar de vraag, of
Locher in 1933 inderdaad van het venten te Amsterdam zyn
beroep heeft gemaakt, terwyl tevens zou worden nagegaan
of Locher zyn vader thans niet meer moet helpen op de
Markt aan de Albert Cuypstraat. Spreker deelt mede, dat
uit een nader ingesteld onderzoek is gebleken, dat Locher
nimmer van het venten te Amsterdam zyn beroep heeft ge-
maakt. De marktambtenaar, die destyds in de Albert Cuyp-
straat dienst deed, heeft verklaard, dat Locher zyn vader
altyd op zyn marktplaats heeft geassisteerd en nimmer
heeft gevent. Een der vischkooplieden van de Albert Cuyp-
straat, die als zeer betrouwbaar bekend staat, heeft een-
zelfde verklaring afgelegd. Verder is gebleken, dat het de
bedoeling is, op de plaats van zyn vader op de markt Al-
bert Cuypstraat een jongeren broer van Locher als assis- Dit document is een verslag van een commissie die beslist over de toekenning van ventvergunningen in Amsterdam. Het toont de strikte bureaucratische controle aan: om een vergunning te krijgen, moet men bewijzen dat men reeds in 1933 ("het jaar van de contingentering") van het venten zijn beroep had gemaakt.
Er worden twee casussen besproken:
1. Worms: Er is onduidelijkheid over zijn arbeidsverleden. De commissie vraagt om bewijzen van brandstoffenhandelaren of de sociale dienst. De meningen in de commissie zijn verdeeld.
2. Philip Locher: Zijn verzoek wordt afgewezen op basis van getuigenissen van een marktambtenaar en een visboer op de Albert Cuypmarkt. Zij verklaren dat hij slechts zijn vader hielp en nooit zelfstandig heeft gevent. Er wordt opgemerkt dat een jongere broer zijn plaats als assistent waarschijnlijk zal innemen. Dergelijke documenten zijn kenmerkend voor de economische regulering in Nederland tijdens de crisisjaren en de periode vlak daarna. De overheid probeerde het aantal straatverkopers te beperken door strikte eisen te stellen aan het bewijs van vakbekwaamheid en historisch beroep. De genoemde namen (Worms, Locher, Neeter, Presser) en de locatie (Albert Cuypstraat) duiden mogelijk op de Joodse gemeenschap in Amsterdam, die zwaar vertegenwoordigd was in de straathandel. Dit soort bronnen is van groot belang voor sociaal-economische geschiedschrijving en genealogisch onderzoek naar Amsterdamse marktkooplieden. De rode markering suggereert dat dit document door een latere ambtenaar of archivaris is geselecteerd voor specifieke aandacht, mogelijk in het kader van een dossier over Philip Locher.