Het betreft een formeel verslag van de 68ste vergadering van een adviescommissie die zich bezighield met de regulering van straathandel (venten) in Amsterdam, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De tekst bevat de standaard onderdelen van notulen: aanwezigheid, agenda en de afhandeling van de eerste punten. Opvallend is de gedetailleerde wijze waarop individuele vergunningsaanvragen werden getoetst. In het geval van de heer A. Worms werd historisch onderzoek gedaan naar zijn werkzaamheden in de periode 1930-1933 om te bepalen of hij van het venten zijn beroep had gemaakt. Dit wijst op een streng beleid waarbij verworven rechten of continuïteit in het beroep een rol speelden bij het toekennen van nieuwe vergunningen. De taal is formeel-ambtelijk met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "vacantie", "zyn", "terwyl", "wyk").
De "Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen" adviseerde het gemeentebestuur van Amsterdam. In de jaren '30 was de straathandel een belangrijke bron van inkomsten voor de armere bevolking, maar de gemeente probeerde dit steeds meer te reguleren om de verkeersdoorstroming te bevorderen en de gevestigde winkeliers te beschermen (vandaar ook het genoemde "ventverbod Martelaarsgracht"). De vermelding van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op de directe bemoeienis van het stadsbestuur met de distributie van voedsel en de sociale bijstand aan standplaatshouders in een tijd van economische broosheid. De namen van de commissieleden (zoals Presser en Neeter) zijn typisch voor de sociaal-economische en bestuurlijke samenstelling van de stad in die periode.